Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Elin op bezoek

Afgelopen weekend waren Elin en haar vader op bezoek. Elin (6) is mijn kleindochter en haar vader (45) is dus mijn zoon. Het was erg gezellig.
Het begon al goed toen alle 850 Lego-onderdelen, die we na de opvoeding van onze eigen kinderen in de loop der tijd zorgvuldig voor dit soort gelegenheden hadden bewaard, over de gehele vloer van de zitkamer hadden uitgestort. Om vervolgens na de logeerpartij van twee dagen weer onaangeroerd in hun kratten te worden opgeborgen.

Tijdens hun bezoek deden Elin en ik herhaalde malen een spel, dat zij ooit eens heeft verzonnen maar waar we allebei geen genoeg van krijgen. Het gaat zo: de twee deelnemers kijken elkaar zo boos en zo lang mogelijk aan. De kunst is dan, om ook van binnen echt heel boos te zijn. Zodat de boosheid de ander als het ware treft bij het kijken naar elkaar. Het trekken van steeds andere boze bekken is daarbij geoorloofd. En wie dan het eerste lacht, ook al bestaat die lach uit een nauwelijks merkbaar trekje om de mond, die heeft verloren.
Onpartijdige arbitrage van derden is gewensd. Omdat dat nauwelijk merkbare, lacherige trekje in vrijwel alle gevallen door degene die het overkomt wordt ontkend.
Het spel kan ongeveer drie keer achter elkaar worden gespeeld. Daarna wordt het vervelend. Omdat het dan pas tot de deelnemers doordringt dat ze zich belachelijk aan het aanstellen zijn.

Het was warm als nooit tevoren. Dus bezochten we het strandje langs de Westerschelde bij Baarland. Elin en haar vader gingen op het scootertje van opa. Mevrouw Pasgeld en ik in een stikhete auto waarvan de airco al jaren kapot is. Op het strand werd alles weer goed gemaakt door verkoelende golfjes, weidse vergezichten, enorme voorbijgaande schepen, dikke lagen modder tussen de tenen en een wedstrijd wie het langst onder water kon blijven zonder dat er iemand ongerust werd.

Mevrouw Pasgeld en Elin, die ondanks een leeftijdsverschil van 57 jaar niet voor elkaar onder doen als het gaat om vitaliteit, uithoudingsvermogen en inzet, besloten een eindje langs de oever van de Westerschelde te wandelen. Toen ze na een half uur weer terug waren vertelde Elin enthousiast dat ze ergens op het zand een hele grote krab hadden gezien, maar dat ze hem niet durfden op te tillen om hem mee te nemen. Want ze wisten dat opa dode krabben gebruikt om collages van te maken. Nou, ik dus vrolijk mee met Elin die een kilometer verderop schaterend van het lachen naar het zand wees. ‘Hier, opa. Hier is de krab’. Maar ik zag niks. Pas toen ze nog harder ging lachen drong het tot me door dat ik voor de gek werd gehouden. Boos keek ik haar aan. Boos keek ze terug. Dat duurde een hele tijd. Totdat ik mijn lachen niet meer kon houden. Alweer verloren!

Weer thuis las ik Elin voor uit ‘Korenaren’ een leesboek voor scholen uit1898. Het ging over een handelaar in slaapmutsen. Die wandelde met een koffer vol mutsen door een bos. Toen hij even ging zitten om uit te rusten kwamen er allemaal apen uit de bomen die de mutsen uit de koffer pikten om ze, eenmaal hoog in de bomen, op hun kop zetten en allemaal gekke bekken gingen trekken. De man die zelf ook een slaapmuts op z’n hoofd had, ontstak in woede, stampte op de grond, keek boos naar de apen en smeet in wilde drift zijn muts op de grond.
De apen zagen dat, stampten op hun takken, keken boos terug, trokken de mutsen van hun hoofd en gooiden ze in wilde drift naar beneden. De handelaar was de eerste die lachte. De slaapmutsen op te rapen en weer in te pakken was het werk van enkele ogenblikken, en spoedig vervolgde hij z’n weg.

Een dag met Elin is zo om.
 
Geplaatst op: Donderdag 9 augustus 2018 om 08:57 uur
1430812
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld