Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Ellende en geluk in de barre kou

De gymnastiekzaal van de school van kleinzoon Jurre (8) is bescheiden maar zeer afdoende omgetoverd tot een schaatsbaan met een feeërieke verlichting en een complete koek- en zopie tent. Vaders, moeders, opa’s en oma’s van de leerlingen van groep 5 zitten op lange, lage banken rondom de schaatsbaan te wachten op de dingen die komen gaan. Daar schettert reeds muziek uit de luidsprekers. En ja hoor, daar komen ze: een lange rij schaatsers die met stukjes hout onder beide schoenen heus wel de indruk wekken dat ze op de linoleumvloer van de gymzaal echt aan het schaatsen zijn. Jurre ook. Met een ernstig gezicht trekt hij zijn baantjes.

De meester van Jurre staat in een hoek van de zaal achter een geluidstafeltje met de leesbril op het puntje van de neus en zwaaiende armen regie-aanwijzingen te geven en op de juiste momenten geluidsfragmenten aan- en uit te schakelen.

En dan: een lied. Voor een, met houtskool op een laken getekend winterlandschap, zingen de kinderen, gehuld in wollen wintermutsen en dikke jassen, in een inmiddels stikwarme gymzaal uit volle borst over het droeve lot van vier kinderen die al schaatsend over vaarten en sloten verdwalen in de bittere winterkou. En kijk, we zien ze afdwalen en ergens in een uithoek van de gymzaal hun bittere nood klagen. Tot overmaat van ramp zakt er ook nog eentje door het ijs. Dat zien we niet maar dat leiden we als vanzelfsprekend af uit een eenzame hand die ergens vanachter een kistje naar omhoog reikt. ‘Help, help. Ik ben door het ijs gezakt!’, klinkt het voor de pappa’s, de mamma’s, de opa’s en de oma’s die dat tot dusverre nog niet begrepen hadden. De drie andere dolende schaatsers redden de drenkeling nog maar net op tijd. Wat nu? Doornat, ellendig en moederziel alleen bespreekt de ‘Club van Vier’ hun ellendig lot.

Achter in de zaal licht een nieuw decor op, gevuld met diverse ongeruste, nogal klein uitgevallen ouders die elkaar bellen met de vraag waar de kinderenlief nou toch blijven. Dat de telefoon zo nu en dan opgenomen wordt voordat die overgaat blijkt absoluut geen hindernis voor een goede verbinding.
Onder de verontrustenden bevindt zich een hoogzwangere vrouw die temidden van alle bezorgdheid ineens keihard roept: ‘Karel, het is zover!’ Ook dat nog.

Nu wordt het allemaal buitengewoon ingewikkeld. We komen ogen en oren tekort. De politie is inmiddels met een kartonnen trauma-helicopter op zoek in de zompige, bevroren moerassen even buiten het dorp. De gynaecoloog, kleinzoon Jurre, jawel, in een wit pak met een groot, rood kruis op de borstzak, arriveert en trekt ernstig maar toch vrij moeiteloos een blozende pop tussen de benen van de moeder vandaan.
In grote spanning zien we hoe er elders een touw uit de de helicopter wordt geworpen waarlangs de verdoolde schapen vervolgens een veilig heenkomen in de helicopter vinden. Hudjemudje vliegt de wentelwiek naar huis waar de verloren zoons en dochters met open armen worden ontvangen door hun overgelukkige ouders.
In een slotlied laten alle acteurs en actrices tenslotte per canon weten dat alles weer goed is gekomen.

Een kindermusical op school. Mevrouw Pasgeld en ik wisten niet dat er nog zoiets moois bestond.
Ontroerd verlieten we het schoolgebouw. Maar uiteraard niet voordat we de gynaecoloog uitgebreid hadden gecomplimenteerd met zijn spel.
Geplaatst op: Vrijdag 8 januari 2010 om 13:18 uur
1821656
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld