Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Er gloort weer hoop

Ik weet niet wat het is, maar ik kan me de laatste paar weken niet aan de indruk onttrekken dat het wat beter gaat met de wereld. Laat ik vooral niet te vroeg juichen. Maar het komt me voor dat er weer iets van de beschaving terugkeert zoals sommigen zich van vroeger nog wel herinneren. Zo is het bij tijd en wijle ineens een stuk rustiger dan normaal.

Dat kan ik me verbeelden natuurlijk. Maar in supermarkten bijvoorbeeld lijk ik af en toe een stuk meer bewegingsvrijheid te hebben dan doorgaans. En dat leidt dan over het algemeen weer tot meer begrip jegens elkander.
Zo wordt mijn behoefte om iemand bij de kassa vóór te laten gaan als je daar tegelijkertijd aankomt, groter. De neiging om een praatje maken, even van gedachten te wisselen of even stil te staan bij de noden van mijn naasten lijkt in al die vredigheid en rust ook weer wat meer voor de hand te liggen.

Nogmaals, ik kan me vergissen. Het kan geheel aan mij liggen. Misschien geraak ik met het stijgen der jaren tegen alle verwachtingen in toch nog in een fase waarin ik me wat makkelijker kan voegen in het gewoel van de samenleving. Maar hoe dan ook lijkt de beschaving weer een beetje terug van weggeweest.
Niet altijd.
Zo nu en dan.
Want zomaar ineens is het dan overal weer loeidruk. Dan hypert het weer van de infantiele ongeregeldheden. En miechelt het weer van de ontevreden smoelen in de winkelcentra. En geheel onverwachts druipt het eigenbelang dan weer van de met neonreclame verlichte gevels in de koopgoten.
Maar het volgende moment is het ineens overal weer doodstil. Dan word je door een enkele voorbijganger begroet met een minzaam knikje en een nauwelijks verholen blik van herkenning.
De inhaalslag naar een moeizaam te herwinnen beschaving lijkt met schokjes te gaan.

Zo ook in het verkeer.
Waar ik zolangzamerhand een beetje begon te wennen aan opgestoken middelvingers, het keihard optrekken en weer remmen voor het volgende stoplicht, het getoeter, de files, het gebumper en het ‘krijg de tering’ van mijn mede-verkeersdeelnemers, lijken er nu af en toe momenten te zijn aangebroken waarop de algehele voortbeweging in onze Nederlandse infrastruktuur het karakter krijgt zoals ik me dat ooit had voorgesteld: beleefd, niet direct uit op een tijdwinst van een halve seconde, beschouwelijk en met aandacht voor de noden van de mede-weggebruiker.
De heilzame invloed van deze, zeg maar gerust ongekend stille periodes op de weg strekt zich ook uit tot mijn eigen verkeersgedrag. Waar de stille autowegen, met heel in de verte een andere weggebruiker, er logischerwijs toe zouden moeten leiden, dat ik er wat meer de sokken in zou zetten, ga ik tot mijn eigen verbazing juist langzamer rijden. Heel af en toe begin ik zelfs te genieten van mijn gemotoriseerde voortbeweging. Ik kijk eens wat verder dan mijn neus lang is door de voor- en zijruiten van mijn automobiel en laatst hief ik zelfs een lied aan tijdens het chaufferen.

Van mij mag dat wereldkampioenschap voetballen dus nog wel een tijdje duren.
Geplaatst op: Vrijdag 9 juli 2010 om 08:29 uur
1821725
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld