Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Er op uit!

Vanwege het heerlijke weer voor het eerst weer eens samen op het scootertje. Mevrouw Pasgeld achterop. En ik, zoals het een man betaamd, met het stuur in mijn handen.
Wat dat stuur betreft zitten we trouwens midden in een discussie over de vervoermiddelen die we straks moeten aanschaffen om de beslissing over de richting van onze tochten niet alleen in mijn voordeel te beslechten. Daartoe heeft mevrouw Pasgeld aangegeven zèlf een electrische fiets te willen. Prima natuurlijk. En een beslissing van mij om dan óók maar een elektrische fiets aan te schaffen, zou alles op lossen. Maar ik wil niet op een fiets die doet alsof ìk trap terwijl mijn fietsaccu dat eigenlijk stiekum al doet. Misschien wil ik wel een elektrisch scootertje. Dan hoef je tenminste niet net te doen alsof je trapt.
Hoe dan ook, vanwege het mooie weer van de afgelopen dagen lieten de tien goudwindes in onze vijver, nadat ze zich een half jaar onzichtbaar hadden verstopt, zich eindelijk weer eens zien. Onze oude bromscooter, die zich ook een half jaar in de garage had verstopt, mocht dus ook naar buiten.
We kozen voor een rit langs de oevers van Westerschelde. Normaal rijden we 40. Maar het was er zo mooi, dat ik 20 ging rijden. Uit mezelf! Nou, dan moet er toch wel wat aan de hand zijn.
En dat was het ook.
Prachtig! Uniek!. Eindelijk weer eens alles ècht en werkelijk om ons heen. Ruim een uur reden we in de stilte op het pad langs de noordelijke oever van de Westerschelde vanaf Hoedjeskerke tot Ellesdiek. Want zo heten die dorpjes als er geen toeristen zijn.
Geen toeristen? Nee. Want die mochten Zeeland niet binnen vanwege de corona-crisis. Dus ook in geen velden of wegen mensen te bekennen die uit waren op de centen van die toeristen. Met de zon niet alleen op onze bolletjes maar ook op alle puntjes van de golven van hier tot aan Terneuzen, reden we verder.
Afstand houden? Welnee. In de eerste plaats was er nauwelijks een mens. En als die er heel soms wel was, was er altijd gelegenheid om niet alleen een afstand van 1,5 meter, maar ook van 15 meter of zelfs, als we zouden willen, van 150 meter te bewaren.
De oevers van de Westerschelde op z’n mooist. Het was vloed. Slechts een enkele zandbank, druk bevolkt door zilvermeeuwen, parelduikers, alken en sterntjes, lag nog een beetje boven water.
Voor ons lag Fort Ellesdiek nog steeds tevergeefs te wachten op buitenlandse aanvallers. Voor het raam van de brandweerkazerne van het dorpje Baarland stond een enorme beer in brandweercostuum te suggereren dat de huidige Berenjacht ook hier welig tiert.

Samen, in alle stilte op een klein scootertje langs de verlaten, maar daarom niet minder eeuwige oevers van de Westerschelde.
Mooier konden we het niet treffen.
En dat mag, in een tijd waarin onze grootste angsten tegenwoordig in nòg grotere krantenkoppen op de voorpagina’s terecht komen, ook wel eens worden gezegd.
 
Geplaatst op: Woensdag 8 april 2020 om 15:56 uur
1746209
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld