Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Esmeralda en Suzanne

 Een paar maanden geleden adopteerde mevrouw Pasgeld een kip. Een kip? Ja. Dat vroeg ik me ook af. Wat moeten we nou toch met een kip?
We noemden haar Esmeralda, naar de prinses uit het liedje van Jaap Fisher.
Esmeralda verbleef in een kippenhok in de gemeenschappelijke moestuin die we hier in het dorp met een paar liefhebbers, waaronder mevrouw Pasgeld dus, bewerken en onderhouden. Esmeralda woonde daar samen met een andere kip die geen naam had en ook geen eieren legde.
Esmeralda wel. Die legde één ei per dag. Het verdiende loon voor het dagelijkse voedsel dat we haar schonken.
Twee weken geleden ging die andere kip dood en bleef Esmeralda eenzaam en alleen achter.

Dat vonden we zielig voor haar. Na rijp beraad schaften we een kippenhok aan om in onze eigen achtertuin voortaan de bewassing en verzorging van Esmeralda voort te zetten. Samen met een andere kip. Die kochten we bij een boer in de buurt voor slechts elf euro. Elf euro! Dat is niks. Voor een dooie kip betaal je in de supermarkt meer.
De nieuwe kip moest natuurlijk ook een naam hebben. Ik stelde ‘Suzanne’voor uit dat prachtige liedje van Leonard Cohen. Daar was mevrouw Pasgeld het direct mee eens. Niet in de laatste plaats omdat het tijd werd, dat ik zo langzamerhand ook eens mijn zin kreeg. Want tot nog toe was het hele kippenproject voornamelijk onder supervisie van mevrouw Pasgeld tot stand gekomen.
Suzanne dus.

Na aankoop werd Suzanne verpakt in een grote kartonnen doos waaruit onderweg naar huis steeds verwachtingsvol, geheimzinnig getok opklonk.
Zowel mevrouw Pasgeld als ik hadden veel verwachtingen van de ontmoeting die zou volgen als we haar bij haar nieuwe vriendin in het hok zouden laten. Esmeralda zou Suzanne, na wekenlange afzondering, uiteraard van harte welkom heten in haar nieuwe onderkomen en haar vervolgens geduldig de weg wijzen in de ren beneden, waar de voedsel- en waterbakjes stonden en boven in het nachthok, waar ze in het stro gezusterlijk naast elkaar op stok zouden kunnen gaan.

Hoe kunnen verwachtingen totaal opgaan in het niets als ze in aanraking komen met de werkelijkheid!
Suzanne was nog niet binnen of ze werd al op de nek gezeten door Esmeralda die de lelijke indringster vervolgens met buitengewoon krachtige pikken naar het hoekje van de ren verwees. Waar ze doodstil diende te blijven zitten. Bij de minste of geringste beweging naar het rijkelijk uitgestalde voedsel werd Suzanne vervolgens iedere keer weer opnieuw hardsnavelig verwezen naar heersende de pikorde, die volgens Esmeralda niet meer dan vanzelfsprekend was.
Verbijsterd overwogen we even om Esmeralda -wegens haar ridicule houding tegenover vreemdelingen- te herdopen tot ‘Geertje Wilders’. Maar daar zagen we weer vanaf. Want we zagen heus wel in dat één Geertje Wilders op deze wereld er al een te veel was.

En zo is er nu, naast het klaarmaken van mijn bordje Brinta, langzaam maar zeker een nieuw ritueel ontstaan: iedere ochtend sta ik wat vroeger op, verplaats Esmeralda van de ren beneden naar het nachthok boven, til Suzanne voorzichtig uit het nachthok en zet haar bij de eet-en drinkbak waar ze enige uren haar dagelijkse voedsel ongestoord kan nuttigen zonder daarbij te worden gehinderd door Esmeralda. Want die zit dan boven in het nachthok -achter een gesloten luik- met flink misbaar te kennen te geven dat Suzanne wat haar betreft weer onmiddellijk kan opkrassen.
En legt onderwijl een ei.
Dat weer wel.
En dat moeten we Suzanne nog zien doen.
Geplaatst op: Vrijdag 3 maart 2017 om 08:08 uur
1279098
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld