Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Fietsen in Den Haag (2)

Fietsen in Den Haag

Soms zie je hem wel eens. Die man in Den Haag op de fiets. Die principieel iedere keer trouw stopt voor elk rood licht dat hij tegenkomt. Als het licht weer op groen springt begint hij zijn trappers weer moeizaam in de rondte te bewegen. De rug daarbij iets gekromd. En dan steeds sneller tot het volgende rode licht.
Nee. Die man ben ik niet. Ik ben zijn tegendeel zou ik zeggen.
Als bedaagde anarchist bezie ik het Haagse verkeer op de fiets als een vrijplaats voor protest tegen de overheid met z’n krankzinnige bemoeizucht. Op de fiets kruipt bij mij het bloed waar het de afgelopen duizend jaar niet gaan kon. Fietsen in Den Haag beschouw ik als een oefening. Om de zintuigen weer eens te leren waar ze ooit voor bedoeld waren. Mij te waarschuwen voor aanstormend geweld, dat ineens, zomaar vanuit het niets van alle kanten kan opduiken. Met de frisse wind door de haren denk ik dan: Ja. Zo moet de mens zich vroeger hebben gevoeld toen hij zich van alle kanten bedreigd voelde door de moordzucht van de wilde dieren rondom.

Mijn zintuigen op die manier scherpend stort ik me dan met veel plezier per fiets in het Haagse verkeer.
Oefenen doe ik vooral op het Rijswijkseplein. Jarenlange ervaring heeft me geleerd dat je per fiets dat plein gewoon het beste kaarsrecht kan oversteken. Ten eerste is dat de kortste weg met dus de minste kans op ongelukken. Ten tweede staat de helft van de tijd alle verkeer op dat plein toch stil om te wachten totdat er ergens eens een keertje een verkeerslicht op groen springt. In negen van de tien keer kan je het Rijswijkseplein per fiets dus gewoon diagonaal oversteken. In het tiende geval zie je het blikken onheil gelukkig al van verre aankomen zodat je tijdig maatregelen kan nemen zonder de bestuurders van de vehikelen te ontstemmen en zo raak je steeds verder gevorderd in je eigen cursus overleving. Wat een fantastische ontwikkeling voor lichaam en geest!

Het leuke van Den Haag is trouwens, dat het voor elke fietser wat wils heeft. Ben je geen anarchist maar juist een trouw aanhanger van de maatregelen die de lokale overheid voor fietsers heeft bedacht dan kom je in de drukke Grote Marktstraat ruimschoots aan je trekken. Hier heeft men namelijk op het wegdek een soort spoor gemaakt waarop het fietsers is toegestaan te fietsen. Maar zelfs helderzienden en paragnosten kunnen met geen mogelijk zien waar de grens is tussen het lopende, winkelende publiek, meestal beladen met karrevrachten consumtiegoederen enerzijds, en de vrolijk fluitende fietser die hier het recht aan zijn zijde weet anderzijds. Kon de anarchist op het Rijswijkseplein zijn oerinstincten kwijt, u begrijpt: in de Grote Marktstraat kan de gezagsgetrouwe fietser op ferme wijze zijn gelijk halen.

Hoe prachtig het fietsen in Den Haag voldoet aan de norm voor spanning en avontuur wil ik met een laatste voorbeeld illustreren:
Stelt u zich voor:
Ergens op het trottoir van de Haagweg in Rijswijk wil een voetganger in de kracht van zijn leven en de beschikking hebbend over het volle vermogen van zijn zintuigen, oversteken. Als slachtoffer van de electronische-signalencultuur drukt hij daartoe op het knopje van het voetgangerslicht behorende bij de voetgangersoversteekzebra ter plaatse. Het is elf uur ’s avonds. In geen velden of wegen, niet in de lucht noch vanuit ondergrondse doorgangen is enig verkeer van welke aard dan ook te bespeuren. Dat staat allemaal vijfhonderd meter terug te wachten voor rood op de kruising met de Geestbrugweg. De voetganger denkt, begrijpelijkerwijs, hoewel zijn licht nog steeds op rood staat: ach, ik steek alvast maar eens over.
Als die voetganger in de kracht van zijn leven en met de volledige beschikking over al zijn zintuigen al lang en breed thuis thee aan het drinken is kom ik aangefietst op de ventweg van de Haagweg. En ja hoor. Dat kan mij weer gebeuren. (Maar u ook trouwens!). Juist op dat moment springt het verkeerslicht voor doorgaand verkeer op rood en dat van de voetganger die inmiddels thuis zijn tanden heeft gepoetst en in bed wat aan het lezen is, op groen. Daar sta je dan. Die ene fietser uit het begin van mijn verhaal zal wel stoppen. Want dat doet-ie altijd. De anarchist uit mijn verhaal rijdt natuurlijk door. Want dat doet-ie ook altijd. Maar u? Wat doet u, als ik vragen mag?

Nou. Ik weet het wel. Ik kijk nog eens overal goed of er echt niemand toch misschien op het laatste moment nog komt aanrennen om over te steken en rij door rood. Ja. Ik rij dan gewoon door rood. En beveel ieder gezond en weldenkend mens boven de twaalf jaar aan, dat ook te doen. Maar dan ineens, dat kan mij weer gebeuren (maar u ook!), springt daar een agent uit de struiken.
“Halt. In naam der wet”, roept hij of iets van gelijke strekking. U bent om 23 uur nul twee op de Haagweg te Rijswijk op heterdaad betrapt bij het rijden door een verkeerslicht dat op rood stond. U krijgt hiervoor een bon.
“Zo, mooie hulpverlener’, zeg je dan, want dat mag vast nog wel. Homo mag niet meer. Nee. Je mag geen homo meer tegen een agent zeggen. Ook al is hij het wel. Mooie hulpverlener mag nog net. Ook al is hij dat niet. Maar over een paar maanden ook niet meer. Over twee jaar mag je helemaal niets meer zeggen tegen agenten. Het is maar dat u het weet.
“Zo, mooie hulpverlener’, zeg je dus nu het nog kan. “Wat een prachtig werk doet u. Het wordt hoog tijd, dat u daar eens wat meer voor betaald krijgt.

Ja. Ik bedoel maar. Terwijl de wereld om je heen aan het instorten is. De ijskappen smelten. Half Afrika uitgemoord wordt. Er per minuut 18 hectare bos aan het verdwijnen is. Terwijl de mensen door de wonderen van de techniek zo verwaand zijn geworden dat ze iedere zin voor de realiteit hebben verloren, staat de overheid je te bekeuren terwijl je alleen maar aan het doorfietsen was toen          er         niemand            aankwam.
Het is goed te bedenken, dat je in Den Haag voor dergelijke spanning en sensatie alleen maar even met de fiets de deur uithoeft.
Geplaatst op: Woensdag 16 januari 2008 om 18:06 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld