Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Fijn om weer eens in Den Haag te zijn

Als het maar even kan mijd ik Den Haag. De eerste 65 jaar van mijn leven bracht ik daar door. Maar als ik er nu kom word ik keer op keer bevangen door beklemming en bekommernis. Files, omleidingen, opbrekingen, extreem lange wachttijden voor stoplichten zijn eerder regel dan uitzondering.
Vroeger was dat ook al zo. Maar toen kon ik er beter tegen. Want ik was jong.
Nu niet meer. Vandaar, dat ik me tegenwoordig alleen al bij het horen van het woord Den Haag onder het bed verstop.

Maar vorige week was dat gelukkig anders.
Onze jongste zoon (Junior, 30) had ons uitgenodigd om in het bootje, dat hij onlangs samen met drie vrienden had gekocht en helemaal had opgeknapt, door het centrum van Den Haag te varen. Dat bootje, een 12PK-schottelvlet, lag aangemeerd aan de kade van de Noordwal.
Het was prachtig weer. Met ongeveer 7 kilometer per uur begonnen we aan onze tocht. Zoon achter het stuurwiel in het midden, ik rechts naast hem en mevrouw Pasgeld als een soort koningin op de voorplecht.
Wat me het eerste opviel waren de, over het algemeen, prachtige gevels van de huizen aan de Hoge Wal en de Mauritskade waar we langs voeren. Vroeger nooit bij stilgestaan. Hoewel ik er op fiets, brommer, motor en auto toch honderden keren langs moet zijn gekomen. Maar ja. In en op die vervoermiddelen sta je niet graag stil. Zeker niet in Den Haag.
Maar op zo’n bootje dus wel.

Onder de bruggen door was weer een ander verhaal. Soms waren die zo laag, dat we er slechts liggend op de dek onder pasten. Maar vaak ook hoog, ruim en donker. Met geheimzinnige drie- en viersprongen van grachten en vaarten die elkaar, heimelijk leek het wel, onder die bruggen ontmoetten.
Even verder op de vaart tussen de Koninginnegracht en de Raamkade (en later tussen de Parklaan en de Haringkade) was het ronduit een genoegen onze genoedsrust op het brede water (met hooguit 2 á 3 roeibootjes als tegenliggers) te vergelijken met de hectiek van het autoverkeer op de wegen links en rechts van ons.
Junior vertelde ons, dat de ‘grachtencultuur’ in Den Haag, in tegenstelling tot die in bijvoorbeeld Amsterdam of Leiden, nauwelijks is ontwikkeld. Sporadische rondvaarten. Weinig botenverhuur.
Vooral zo houden, vonden wij. Maar zoonlief meende dat het wel wat uitbundiger mocht.

De Waterpartij in de Scheveningse Bosjes en een rondvaart door het Westbroekpark boden oases van groen en rust. Vlak langs, of zelfs onder de laag over het water hangende takken van de grote bomen op de oevers, tuften we langs meerkoeten, fuuten, ganzen en zelfs zomaar een nest vol piepjonge zwaantjes.

Dezelfde route leidde ons onder een tiental bruggen weer terug naar de Boomsluiterskade. Onder de ene brug zag je, in schitterend perspectief, even verderop de volgende brug en soms zelfs de daaropvolgende brug al voor je liggen.
Het slotstuk voerde ons dwars door het centrum van Den Haag via Zuidwal, Buitenom, Conradkade weer terug naar de ligplaats van de boot aan de Noordwal.

Urenlang dwars door het centrum van Den Haag! En dat in de zon! En in alle rust!
Met aan weerszijden van de oevers steeds wisselende, prachtige begroeiingen en geheel nieuwe perspectieven op vanouds bekende residentiële uitzichten. Met een gangetje van zeven kilometer per uur. Begeleid door een rustig, pruttelend motorgeluidje.

Fijn om weer eens in Den Haag te zijn!
 
Geplaatst op: Donderdag 10 september 2020 om 08:47 uur
1821753
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld