Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Gaat het goed met de economie?

Het hemd vragen ze je van het lijf. Op straat. Door de telefoon. In de krant en op Internet. Meestal zit er een commerciele bijbedoeling achter.
Op de internetsite van de Postbank krijg ik ook steeds de meest onwaarschijnlijke vragen die daar in de vorm van stellingen worden geponeerd:

Het gaat uitstekend met de economie.
Het gaat goed met de economie.
Het gaat matig met de economie.
Het gaat slecht met de economie.
Het gaat zeer slecht met de economie.

En dan moet je met je pijltje drukken op een van de vakjes achter die stellingen. Daartoe aangemoedigd door een vrolijk ‘Stem nu!’

Ik moet dan altijd diep nadenken.
Gaat het goed met de economie? Potverdorie! Hoe moet ìk dat nou weten? Ik heb geen economie gestudeerd. Waarom vragen ze dat niet gewoon aan iemand die dat wel heeft gedaan? Of is het soms zo, dat als vijfhonderd JanDoedels, zoals ik, zeggen dat het zeer goed gaat met de economie en één professor in de economie zegt dat het zeer slecht gaat met de economie, dat het dan toch gewoon zeer goed gaat met de economie? En waar heeft die professor dan voor gestudeerd? Voor een eind in de ruimte lullen?
Maar goed. Als ze me iets vragen moet ik gewoon durven antwoorden. Dat is goed voor mijn zelfbeeld. Dus wat vind ik: gaat het nou goed met de economie of niet?

Tja. Ik zou zeggen van wel. Onlangs sprak ik iemand die op drie achtereenvolgende dagen zijn verjaardag respectievelijk in Londen, de Riviera en in Zwitersland had gevierd. Een groot deel van het verjaarsbezoek reisde hem steeds per vliegtuig in prive-jets achterna en zette op de volgende sjieke lokatie, waar dan ook weer enige lokale vrienden hem opwachting maakten, opnieuw even zo vrolijk Lang zal die leven in. Als je zoiets verneemt kan je je toch niet aan de indruk onttrekken dat het goed gaat met de economie. Mijn beste Haagse vrienden brengen tegenwoordig hun vakantie door in Vuurland, Mantsjoerije en Vladiwostok door zonder ook maar enig weet te hebben van hoe het er in de Achterhoek of zelfs maar rond het Wethouder Verheulplantsoen in Ypenburg uitziet. Het zal dus wel goed gaan met de economie.

Maar dan lees ik in de NRC over een Nederlandse vrouw met vijf kinderen die een uitkering van 950 euro in de maand heeft. Nadat de sociale dienst daar de huur, het gas, licht en water en enkele vaste schuldlasten vanaf heeft gehaald krijgt ze van die dienst 25,75 euro op haar rekening. Met kinderbijslag, zorgtoeslag en huurtoeslag heeft ze dan 84 euro per maand te besteden aan eten, kleding, telefoon en schoonmaakspullen.
Gaat het nou wèl of gaat het nou nìet goed met de economie?

En ineens begrijp ik het: het gaat fantastisch met de economie.
Maar steeds minder goed met steeds meer mensen.
Geplaatst op: Donderdag 29 mei 2008 om 17:20 uur
383382
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld