Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Gearresteerd

(Uit: Haags Nieuwsblad 6 oktober 2006)

Vorige week werd mijn zoon (16) gearresteerd.
Het ging zo: De telefoon ging. Mevrouw Pasgeld nam op. Gedurende het gesprek zag ik haar wit wegtrekken en vertwijfeld het hoofd schudden. ‘Mag ik bij hem langskomen?’ en ‘Hoelang kan dat allemaal duren?’, hoorde ik haar vragen. Nadat ze de telefoon had neergelegd sprak ze met iets van ontzetting in haar stem: ‘Dat was politie Haaglanden. Ze zeggen dat Junior een bushokje heeft gemolesteerd. Ze hebben hem in een cel gezet en gaan hem straks verhoren. Ze kunnen hem maximaal zes uur vasthouden en we mogen niet naar hem toe om hem bij te staan’.

Ik was er ook even ontdaan van. Gemakshalve begon ik me maar eerst eens af te vragen wat een bushokje zou kosten en of de verzekering dat zou vergoeden. Toen gingen mijn gedachten uit naar Junior en hoe hij daar in z’n eentje het gezag zou moeten trotseren. Pas aan het eind van die gedachtengang gingen er bij mij twijfels rijzen omtrent de schuldvraag. Had hij het wel gedaan? Had hij echt een bushokje inelkaar geslagen. Ik kon het me nauwelijks voorstellen.
‘Misschien kunnen we hem even op z’n mobieltje bellen’, stelde mevrouw Pasgeld voor. ‘Nee’, zei ik. ‘Bij een arrestatie pakt de Nederlandse staat alles van je af. Je veters, je geld, je identiteit. En uitgerekend die ene keer, dat je je mobieltje echt nodig hebt, pikken ze dat rotding ook nog eens in. Stel je voor zeg. Junior zou Holleeder eens kunnen bellen. Of Spong. En anders zou hij vast de getuigen van het molest wel eens onder druk kunnen zetten om op straffe van een paardenhoofd tussen de lakens het zwijgen te bewaren.’
Ik vloekte en tierde dat het een aard had en realiseerde me, dat mevrouw Pasgeld daar in haar vertwijfeling nou ook weer niet direct mee gebaat was. Dus zei ik, terwijl ik haar in mijn armen sloot omdat ik op films had gezien dat dat gebruikelijk was bij een slechte tijding: ‘Rustig nou maar. We weten nog niet eens of hij het wel gedaan heeft. Laten we nou maar eerst eens afwachten.’ Maar de enige die rustig was, was mevrouw Pasgeld. Ze ging weer verder met het toebereiden van het avondmaal waar ze mee bezig was geweest toen de telefoon ging en even laten zaten we getweeëen aan de dis.

Drie uur later ging de bel. Een politieauto stond pontificaal midden in de straat met knipperende alarmlichten. En Junior stond met een agent voor de deur.
De wout nam het woord. Hij sprak: ‘Hier is uw zoon weer terug. Het verhoor heeft uitgewezen dat uw zoon niet degene is geweest die het bushokje heeft vernield. Een getuige had gezien dat een jongen van zijn postuur en met een zwart petje op een bushokje aan het molesteren was. Surveillance in de buurt leverde iemand op met hetzelfde postuur en een zwart petje. Uw zoon dus, die achteraf gezien gewoon met de fiets uit school kwam. Maar u zult begrijpen dat we hem moesten inrekenen en hem een verhoor afnemen. Daaruit bleek zijn onschuld. Hier is hij weer.’

‘Zoon’, zei ik tegen Junior. ‘Zo gaat dat tegenwoordig in Nederland. Niet alleen het dragen van hoofddoekjes, het vertonen van een lach op je pasfoto maar ook het dragen van zwarte petjes is al een goede reden om opgepakt te worden. Wen er maar gauw aan.’
Geplaatst op: Vrijdag 13 oktober 2006 om 13:35 uur
253944
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld