Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Geen Zeeuw? Nooit een Zeeuw!

We verblijven nu al tien jaar in Zeeland, maar hoe we ook ons best doen, echte Zeeuwen zullen we nooit worden. Een Zeeuw, zo hebben we inmiddels geleerd, ben je alleen als je geboren en getogen bent in Zeeland.
Dat neemt niet weg, dat mevrouw Pasgeld en ik het hier in Zuid Beveland geweldig naar onze zin hebben en dat we er niet over peizen terug te gaan naar de grote stad.
Want we blijven hier genieten van van alles en nog wat.

Van het verkeer bijvoorbeeld. Op het platteland rij je vrijwel altijd eenzaam en alleen door het landschap. Dus moet je hier goed uitkijken of er iets aankomt. Dat is bijna nooit het geval. Maar àls er iets aankomt moet je remmen.
In een grote stad is dat precies andersom. Daar moet je goed uitkijken of er níets aankomt. En als dat dan eindelijk het geval is, kan je doorrijden.

We genieten ook van de bomen in Zuid-Beveland. Dat is een verhaal apart. Overal in Nederland is men gewend dat bomen in bosjes of in bossen staan. Zoniet in Zeeland. Daar staan ze in rijen. Heel klein in de verte, nabij de einder bijvoorbeeld. Of in een soort kaarsrechte haag rondom de talloze boomgaarden. En natuurlijk in prachtige rijen langs de linker- en de rechterkanten van de dijken, die vaak nog slechts dienen ter verfraaiing van het landschap omdat hun functie is verdwenen.

En nu ik toch aan het vergelijken ben: waar men zich in de grote stad doorgaans vreselijk inspant om zich vooral per automobiel, motorfiets, tram, bus, scooter, taxi of brommer van A naar B te verplaatsen met een uitdrukking op het gezicht alsof die verplaatsing niet alleen noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de eigen identiteit, maar vooral ook onmisbaar voor de samenleving, ziet men hier in Zuid Beveland regelmatig mensen zomaar wat ontspannen wandelen. Niet van A naar B. Maar gewoon in de richting van het mooiste uitzicht. Het aardige daarbij is, dat je kan zien waar ze vandaan komen. Want als ze gewone plunje aanhebben zijn het Zeeuwen. En als ze zijn uitgerust met rugzakken, valhelmen, Nordic-walkingstokken en heuptasjes komen ze uit de grote stad.

Moet ik het nog hebben over de Zeeuwse wipschietingen? Met hun 1e en 2e hoofdvogels, zijvogels, vliegende vogels, kals en kleppen?

Over de hagelkanonnen? Waarmee men hier -met enorme knallen- schokgolven acetyleengas de lucht inschiet om zo (vermoedelijk) hagelbuien te neutraliseren die anders het fruit in de boomgaarden onherstelbaar zouden beschadigen?

Over de aandacht van de dominee die niet alleen uitgaat ‘naar de schapen bovenop de dijk maar ook naar de schapen die onder aan de dijk grazen’?

Of over de ‘Voe Niks Kist’ (Voor Niks Kist) die ze bij het Vrouwenputje in ’s Heer Arendskerke hebben gezet waar men bruikbare spullen in kan doen die anderen er weer ‘Voe Niks’ uit mogen halen?

En anders zou ik het er nog over kunnen hebben dat 65% van de Zeeuwen van 15 jaar en ouder vindt, dat mensen over het algemeen wel te vertrouwen zijn maar Tweede Kamerleden, grote bedrijven en ambtenaren juist weer niet?
En dat 92 % van de Zeeuwen zich daarbij gelukkig voelt?

En dan te bedenken dat de Zeeuwen vaak zelf niet eens weten hoe prachtig hun land is. Om de doodeenvoudige reden dat ze niet anders gewend zijn.

Hagenaars, die later in Zeeland zijn komen wonen zien dat prachtige Zeeland juist weer wèl.
Maar ja, Hagenaars worden nooit èchte Zeeuwen.
 
Geplaatst op: Vrijdag 5 mei 2017 om 08:24 uur
1279086
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld