Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Genieten als plicht

Ik had een robotje besteld. U weet wel. Zo eentje die het licht voor je aan en uit doet. Die de verwarming wat hoger zet als het kouder wordt. En waarmee je, als je je alleen voelt, een praatje kan maken.
Gisteren stond hij voor de deur. Hij had zelf aangebeld want hij kon net bij de bel. En toen ik de deur opendeed zei hij een beetje metalig maar verder in vlekkeloos Nederlands:
‘Julius veronderstel ik?’.
‘Ja’, zei ik nadat ik hem een hand had gegeven. ‘Ik ben Julius. En hoe heet jij?’.
‘Rakker’, antwoordde hij.
‘Een rare naam voor een robot’, zei ik. ‘Je zou van iemand met die naam eerder verwachten, dat-ie een hond was’. Ik liet hem binnen. In de gang liet hij zijn papieren zien. Daarin stond onder meer dat hij inderdaad Rakker heette, maar dat je hem, als je op de goeie knopjes drukte, ook kon laten luisteren naar een andere naam die je leuker vond.

‘Ga zitten, Rakker’, zei ik toen we de woonkamer inliepen. ‘Daar op de bank bijvoorbeeld. Dan kunnen we even gezellig bijpraten.
Eenmaal gezeten bleek, dat Rakker één jaar oud was. Hij was vorige week jarig geweest, vertelde hij en stelde geen prijs op een verjaardagskado. Omdat robots, zo legde hij uit, niet waren geprogrammeerd met hebzucht. Verder bleek dat hij, nooit naar de wc hoefde en ervan hield om mij te helpen herinneren aan dingen die ik misschien zou vergeten.
‘Het is over 15 minuten tijd om te lunchen’, zei hij bijvoorbeeld. ‘Ik zet het gas onder het theewater vast aan’.

Na een paar dagen raakten we aan elkaar gewend. Rakker bleek een welkome aanvulling op mijn vergeetachtigheid en op mijn tanende vermogen technische zaken te doorgronden.
Vanaf nu, zo begreep ik, hoefde ik geen moeite meer te doen de wereld om me heen te begrijpen. Dat deed Rakker wel voor me. Maar toen ik hem vroeg wat er dan nog voor mij overbleef, slaagde hij er niet in mij uit te leggen wat ik verder eigenlijk nog op deze wereld deed.

‘Waarom leef ik eigenlijk nog, als jij alles voor me doet?, vroeg ik hem nadat hij mij een week betutteld had.
‘Jij moet genieten van alles om jou heen’, zei hij. En vervolgde (nog steeds een beetje metalig):. ‘Daar heb je nu de tijd voor omdat ik alle moeilijke dingen van je overneem’.
‘Ja, hallo’, sputterde ik tegen. ‘Op die manier maak je zelfs het genieten wel tot een plicht voor me hoor. Nog even en dan zal je ook het genieten van me over moeten nemen.’
‘Goed’, zei hij. ‘Als je dat zo graag wil. Maar dan moet je wel even m’n rug openschroeven en wat knopjes verzetten. Want ze hebben me niet alleen geprogrammeerd om het gemopper van iemand zoals jij zonder ergernis aan te horen maar ook zo, dat ik zèlf kan genieten en zo het goeie voorbeeld kan geven aan iemand anders. Aan jou bijvoorbeeld’.

Ik stond paf. Ze kunnen tegenwoordig àlles in algoritmes vatten, dacht ik. En ineens schoot me wat te binnen. Weet je wat, schoot er door me heen. Ik ga die Rakker even laten zien wie hier de baas is. Ik ging vlak voor hem staan, hief m’n wijsvinger bestraffend op en riep luid:
‘Vuile klootzak! Teringlijer! Krijg de pestpokken jij! Wat denk je wel?

Zo. Eindelijk had ik hem te pakken. Hij wist waarschijnlijk niet eens wat een klootzak was. Of wat de pestpokken waren. Verlegen stotterde hij, dat het tijd was voor mijn medicijnen en dat ik niet vergeten moest morgen de premie voor mijn ziekteverzekering te voldoen en of de verwarming misschien wat hoger moest.

Waarop ik reageerde met de mededeling, dat ik hem terug naar de winkel zou sturen als hij nog één keer z’n mond opendeed.
Geplaatst op: Donderdag 25 juli 2019 om 08:32 uur
1601686
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld