|
Gesol met Haagse duinen
Wat is dat nou toch weer met die duinen voor Den Haag. Ze kunnen er maar niet van afblijven. Eerst moesten het Zuiderstrand en de daarbijbehorende duinen van de Scheveningse haven tot aan de Fuutlaan zo nodig plaats maken voor een gigantische aanlegsteiger voor vermogende bejaarden. En nu dreigen ze het overgebleven deel vanaf de Fuutlaan tot en met Kijkduin te gaan vernielen.
Waarom? Omdat er in de loop der tijd allerlei bomen en struiken in de duinen zijn gaan groeien die er niet thuis zouden horen. En omdat de zandhagedis en de zandzegge door al die begroeing zijn verdwenen. Wat is dat toch? Wie bepaalt er toch wat er wel en niet mag groeien en bloeien in de natuur? Is dat Onze Lieve Heer? Is dat de natuur? Zijn dat de heersende weersomstandigheden? Nee. Dat is meneer Hans Lucas van het Duinwaterbedrijf Dunea. Meneer Hans Lucas heeft namelijk een groot verlangen naar de duinen zoals ze vroeger waren. Hij smacht naar opwaaiend zand dat niet wordt vastgehouden door onuitstaanbare rimpelroos, onverdraaglijke duindoorn, wispelturig duinriet en hinderlijk helm. En bomen in de duinen? Dat is al helemaal een gruwel. Weg ermee, roept Hanzepans. ‘De duinen horen in beweging te zijn!’, voegt onze goddelijke tuinier daar aan toe. Als hij zijn zin krijgt, en dat moet haast wel, want de gemeente Den Haag heeft hem ingehuurd wegens zijn expertise, zal er in de Haagse duinen straks inderdaad een enorme beweging zijn. Bulldozers, graafmachines en kettingzagen zullen korte metten maken met alle natuurlijke bewegingen die zich daar de afgelopen eeuwen hebben voorgedaan. Handenwringend vraag je je af waarom je al die jaren zo netjes op de paden bent blijven lopen. Handenwringend vraag je je af waarom de mensen vroeger het helmgras erin deden omdat het zo stoof en het er nu weer uitdoen omdat het meer moet stuiven zoals vroeger. Ruim vijfenzestig jaar vertoef ik nu bij tijd en wijle in de Haagse duinen. Eerst met mijn moeder op de zandplek ter hoogte van de Kwartellaan. Daarna met wat respectieve vriendinnen en toen al kon het struikgewas me niet hoog en dicht genoeg zijn. Weer later met mijn eigen kinderen op dezelfde zandplek. En nu wandelen mevrouw Pasgeld en ik nog zeer regelmatig genietend door de duinen. En zo zaten we daar laatst op een bankje terwijl mevrouw Pasgeld een sinaasappeltje voor me schilde en ik tussendoor opmerkte: ‘Die Haagse duinen, hè. Dat is nou eigenlijk de enige plek in de hele Randstad waar al die wereldvreemde verdedigers van modieuze deugden nog niet met hun jatten aan hebben gezeten.’ En verdomd, ik had het nog niet gezegd of daar kwam Hans Lucas aan. ‘De duinen gaan weer worden zoals vroeger’, riep hij juichend hij en gaf me zo joviaal een klap op mijn schouder dat ik me bijna verslikte in mijn partje sinaasappel. ‘Maar beste Hans’, zei ik nahoestend. ‘De duinen zìjn nog steeds zoals vroeger. Alleen is er in de loop der tijd wat veranderd. Hìer is er wat bijgekomen. En dáár is er wat verdwenen. Dat is vrij gebruikelijk in de natuur.’ Ja toch? We gaan meneer Lucas toch ook niet ontrimpelen, in een luier hullen en hem in een kinderwagen voortduwen om hem weer net als vroeger te krijgen?
Geplaatst op: Vrijdag 25 september 2009 om 12:36 uur
|
383381
bezoekers |