Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Goede raad in overvloed

De afgelopen dagen kwam me van alle kanten goede raad tegemoet omtrent mijn gedrag tijdens het coronavirus. Politici, kranten, televisie en cloud lieten geen moment verloren gaan mij erop te wijzen hoe ik mij dien te gedragen om het virus tot een beheersbaar verschijnsel te maken in plaats van tot een ‘nachtmerrie’.
Terecht. Samen zijn we sterk en veel meer dan het opvolgen van de goede raad van de deskundigen kunnen we toch niet doen.

Of wel?

Ik moest daaraan denken toen ik, als bezorger van maaltijden in het kader van ‘Tafeltje Dekje’ een mailtje kreeg met instrukties over hygiëne tijdens ons kontakt met onze cliëntele, ‘waaronder veel kwetsbare mensen’:

●Was je handen regelmatig.
●Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog.
●Gebruik papieren zakdoekjes.
●Blijf thuis en zoek een vervanger als je zelf benauwdheidsklachten hebt of met vakantie bent geweest in een van de risicogebieden.

Nou. Dat was niks nieuws. Dat had ik de afgelopen week al wel duizend keer gehoord. Maar drie dagen later kreeg ik een nieuwe mail met aanvullende maatregelen:

●Het is niet toegestaan fysiek kontakt te hebben met de afnemer van de maaltijd.
●Betreed niet zonder noodzaak de woning van de afnemer.
●Was uw handen nadat de afnemer hulp heeft gevraagd bij het openen van de deksel van de maaltijd-doos.

Natuurlijk. Allemaal noodzakelijk. Ik zal me er ook zeker aan houden voor zover ik zelf al niet op het idee was gekomen.
Maar wat ik miste (en niet alleen bij de instrukties van Tafeltje Dekje) was het volgende:

●Probeer met vriendelijke woorden een ongerust persoon gerust te stellen. Bijvoorbeeld dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. En dat die hysterische hetze vandaag of morgen in ieder geval wel weer zal zijn afgenomen.
●Toon open begrip en eerlijke belangstelling voor elkaar voordat we dat straks ook achter de binnenkant van onze elleboog en op tien meter afstand van elkaar moeten gaan doen.

Zo heb ik bij mijn Tafeltje dekje-ronde bijvoorbeeld drie oudere afnemers die zich (waarschijnlijk volkomen ten onrechte) vreselijke zorgen maken omdat ze wat aan het hoesten zijn. Is het dan niet minstens zo nodig om dan even naar binnen te lopen? Die deuren staan tegen de tijd dat ik langskom meestal toch al op een kier. En dan even met de ‘afnemer’ aan tafel de situatie te bespreken? Interesse en begrip te tonen voor de dikwijls aangeprate angst? En proberen die angst met bemoedigende woorden weer uit de wereld te helpen?
Een troostend of opbeurend woord voor het geval ze er mee zitten dat de (klein)kinderen al een poosje niet op bezoek zijn geweest is misschien ook geen overbodige luxe.

Hoort dat er óók niet een beetje bij? Naast al dat handenwassen?
 
Geplaatst op: Donderdag 19 maart 2020 om 08:34 uur
1718183
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld