Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Golfen, een dutje doen en zingen

Met een zekere schroom zal ik het dan toch maar bekennen: ik word wat ouder. En dat brengt met zich mee, dat ik rare dingen ga doen. Dingen waarvan ik vroeger, toen ik jong was, vond dat mensen die die dingen deden niet helemaal fris onder hun petje waren. Dingen die ik absoluut zelf nooit zou doen.
Vroeger kwam het bijvoorbeeld nooit bij me op om eens een balletje op de golfbaan te slaan. Ik stemde nog liever op de VVD dan dat. Niet dat ik nu op de VVD stem. Dat nooit. Hoewel. Van golfen wist ik vroeger ook zeker dat ik dat nooit zou doen. En kijk me nu eens. Met een P’tje sla ik minstens 90 meter! Om van de afstand die ik met een driver haal nog maar te zwijgen. Dus zeker weten doe je nooit iets. Misschien ga ik over tien jaar wel VVD stemmen. Als ik dement ben geworden, ofzo.

Er zijn meer zaken waaraan ik merk, dat mijn leven verglijdt. Zo doe ik ’s middags met enige regelmaat moeiteloos een dutje. Vanuit mijn jonge ogen van pakweg veertig jaar geleden moet dat een verdomd raar gezicht zijn. Zo’n oude man op de bank. Z’n bril op het bijzettafeltje ernaast. Pantoffels eronder. Gelukkig zie ik het zelf nooit. Want ik doe dan een dutje.
Snurken? Ook geen idee om dezelfde reden. En aan mevrouw Pasgeld wil ik het liever niet vragen. Want die snurkt in ieder geval wèl. En dan zou ik misschien slapende honden wakker maken.

Nu zing ik ook al in de kerk. Terwijl ik niet kerks ben en ook nooit kerks ben geweest. Eens per week oefenen we in de consistoriekamer. Daar galmt het zo mooi. Het koor bestaat uit twaalf personen. De helft mannen en de helft vrouwen. Sommige liederen doen we vierstemmig. En dat is mooi!! Zo mooi, dat wil je echt niet weten. Met z’n drieen doen we de baspartij. ‘Er is een roos ont-lo-ken’. Alles op dezelfde toon maar de ‘lo’ juist heel erg laag:  …lòòò… Prachtig. Drie andere mannen zijn tenor. De vrouwen (lead en sopraan) jubelen daar boven uit dat het een lieve lust is. In het begin deed ik net alsof ik heel hard meezong, maar in werkelijkheid nam ik, voor mijn eigen houvast steeds een halve tel te laat, deel aan het geheel. Ik was als de dood dat ik ineens in m’n eentje een verkeerde noot zou treffen. Niet dat ze dat erg zouden hebben gevonden. Maar het leek me geen kwaad te kunnen om me van te voren in te dekken tegen een eventuele zeperd. Nu gaat het echter al een stuk beter. Soms zing ik zelfs uit volle borst mee en durf van het liedboek op te kijken om zo de aanwijzingen van de dirigent beter te kunnen opvolgen. De dirigent is Janny, Wat kan Janny mooi zingen, zeg. Als ze iets voordoet kan je de neiging nauwelijks onderdrukken om het daarna ook zo mooi te doen. Dat lukt natuurlijk bijna nooit. Maar als het lukt voel je gewoon, dat we trots zijn op elkaar. Af en toe gaat er ook wel eens wat mis. En volgens de plaatselijke, eeuwenoude koortraditie blijken dan steeds de bassen en de baritons daar schuldig aan te zijn. Dan moet het over en zie, daar komt de engel Gabriel opnieuw ááán-ge-sneld. Maar nu wèl zuiver. De vleugels sneeuw, de ogen vúúú-rig fel.

Golfen, dutjes doen, zingen in een koor. Soms is oud worden echt leuk. Het is maar goed, dat je dat nog niet weet als je jong bent.
Geplaatst op: Vrijdag 13 december 2013 om 09:37 uur
1793464
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld