Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Grappen in Rijswijk

Eind maart werd ik door mijn schoondochter ingelicht over de kap van een paar prachtige bomen op het schoolplein van haar zoon. Mijn kleinzoon dus. Nou, kom niet aan mijn kleinzoon. En dus ook niet aan de bomen op het schoolplein van mijn kleinzoon. De kap zou plaatsvinden op de eerste woensdag in april. ‘Of ik er wat aan kon doen’, mailde ze me. ‘Een column, of een brief aan de politiek ofzo.’

Dus mailde ik een brief op poten naar de griffie in Rijswijk met het verzoek mijn hartekreet te verspreiden onder de wethouders en de burgemeester van Rijswijk. Want daar staat de school van mijn kleinzoon. Aan de Beetslaan in Rijswijk. Wat ze wel niet dachten, schreef ik. Die bomen waren helemaal niet ziek. Veiligheidsvoorschriften? Het moest niet veel gekker worden. Enfin. U kent me wel als ik boos ben op wethouders.

Tien minuten nadat ik de mailtjes had verstuurd, werd ik ineens getroffen door de pijlen van God’s genade. Viel de eerste woensdag in april niet op 1 april? Jezus Mina! Snel van de nood een deugd makend, mailde ik een tweede boze brief naar de fractievoorzitters van alle politieke partijen in Rijswijk. Was er wel aan een kapvergunning gedacht? Waarom waren de kinderen zelf niet bij de besluitvorming betrokken? En zo schaarde ik me net op tijd tussen de uiteindelijke overwinnaars. Ja. Leer mij de politiek kennen.

Wat er toen gebeurde, tartte iedere beschrijving. Vier fractie-voorzitters buitelden onmiddellijk per e-mail over elkaar heen in een poging het onrecht als eerste aan de kaak te stellen. Vanwege het losse taalgebruik viel de reactie van de fractie-voorzitter van Gemeentebelangen Rijswijk, Henny van der Horst, nogal op. ‘Ook ik wil graag dat het uitgesteld word (!), om eerst de nootzaak (!) van dit kappen te onderzoeken’, liet ze half Rijswijk weten.

Moet ik nog vertellen, dat de Rijswijkse wethouder van Groenbeheer, Wouter van Putten, mij op 30 maart nogal kregelig belde met de mededeling dat er over kapvergunningen geen grapjes gemaakt mochten worden? Omdat dat onderwerp nogal gevoelig ligt bij de bevolking? En dat ik antwoordde, dat de bevolking tegenwoordig nog steeds zelf uitmaakt waar ze grappen over maken en dat ze daar echt geen wethouder voor nodig hebben?

En leuk was het. Woensdagochtend op het schoolplein aan de Beetslaan in Rijswijk. Wie er meespeelde en wie er ingetuind was, deed er niet meer toe. Sommige kinderen hadden zich aan de bomen vastgeketend. Anderen droegen spandoeken met ‘De Bomen Moeten Blijven!’. Ouders hanteerden nijver hun camera’s. Mijn kleinzoon Jurre (7) liep trots rond met een zelfgemaakt één-persoons protestbord: ‘Geen boom eruit!’. ‘Leuk he, opa. Net echt!’, riep hij in het voorbijgaan. Het mooiste spandoek werd tenslotte uitgerold door schooldirecteur Aike Reints: ‘Eén April!’, stond erop. Waarna luid applaus. Van zowel de bedriegers als de bedrogenen.

Wat een gemiste kans voor Rijswijk. Waarom stond daar op dat schoolplein geen wethouder om dat mooiste spandoek uit te rollen? Om daarna op begeesterde toon te vertellen hoe zorgvuldig Rijswijk altijd omgaat met het kappen van bomen?

Wel had een vader op het laatste moment nog een ‘proclamatie van de Rijswijkse burgemeester’ op de bomen geprikt. ‘Om een gebaar naar de ouders te maken, zal de gemeente Rijswijk vanaf donderdag 2 april het gekapte hout als openhaardhout ter beschikking stellen aan de ouders van de school. Hoogachtend, Mw. G.W. van der Wel-Markering.’

Maar niet heus. Lange neus.
Geplaatst op: Donderdag 2 april 2009 om 17:34 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld