|
Haagse Harry
(uit: Haags Straatnieuws, november 2006)
Ik ben een fan van Haagse Harry en ik zal voor eens en voor al duidelijk maken waarom. Haagse Harry is de enige emblematische held van het Haagse veen. We hebben natuurlijk Harry Jekkers, Boozy, Sjaak Bral, Bontebal en Julius Pasgeld. Maar met alle respect: dat blijft toch een beetje een lokaal gebeuren. Mijn schoonzus in Enschede heeft in ieder geval nog nooit van ze gehoord. Maar Haagse Harry? Breek haar de bek niet open. Alle albums heeft ze. Bij het minste gerucht over een nieuw album van Haagse Harry hangt ze al aan de telefoon met het verzoek om dat album alvast voor haar aan te schaffen voor het is uitverkocht. Het Haagse zand daarentegen heeft genoeg nationale helden: Luns, Beatrix, Botero, Gerrit Zalm, Piggelmee, Peter Noordeinde, Eline Vere, Deetman, Stefan Postma (de doelman van ADO) en al die andere makkers en kakkers waar Den Haag zijn slechte naam aan te danken heeft in de rest van Nederland. Ik bedoel maar. Er wonen óók nog eens een keer mensen op het Haagse veen, hoor. En Haagse Harry dient deze, niet geheel onbelangrijke bevolkingsgroep in Den Haag, als enige nationale Haagse held van het veen een plek op de kaart te bieden. Ik geef het je te doen: concurreren tegen al die patsers, graaiers en grutters die zich, gekleed in smoking, gele orkestleiderscolberts en satijnen broekpakken, met het glas in de hand, wekelijks vetgedrukt op de achterpagina van de ADHC annonceren. Maar Haagse Harry doet het! Haagse Harry leunt in zijn eentje, met zowel onthullende teksten op zijn T-shirt als met onnavolgbaar succes tegen het zand aan. Scheldend en tierend! De ene ziekte na andere vult de tekstballonnetjes in authentiek Haags. Dat wil zeggen: VeenHaags. Als schijnbaar machteloos protest tegen de onderdrukking van de zandmacht. En, dat moet worden gezegd, met een volstrekt intellectueel onvermogen om een passend weerwoord te bieden. Ik ben een fan van Haagse Harry. Toen ik op TV-West Haagse Harry mocht verdedigen tegen de plannen van de voorzitter van ADO om de verkoop van zijn albums te verbieden heb ik, in tegenstelling tot Haagse Harry zelf, nul keer de naam van een lelijke ziekte uit mijn mond laten komen. Mijn opponent, John Ringelestein, de voorzitter van ADO, bezigde daarentegen ruim veertig keer de naam van die heel vervelende ziekte om zijn betoog kracht bij te zetten. Kijk. En dat doet Haagse Harry nou ook de hele tijd! Ik begrijp dus niet goed waarom John en Haagse Harry geen vrienden van elkaar zijn. Tenzij het om het imago van het nieuwe ADO-stadion gaat.
Geplaatst op: Zaterdag 21 oktober 2006 om 12:40 uur
|
383380
bezoekers |