Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Haagse malapropismen in 2010

In deze column staan malapropismen. Dat zijn uitdrukkingen die door elkaar heen zijn verhaspeld. Hoeveel oorspronkelijke uitdrukkingen zijn er in de column verwerkt? Mail het juiste aantal naar erik@2mail.nl
Onder de goede inzenders wordt een zilveren rijksdaalder uit 1933 verloot.

Het afgelopen jaar gebeurde er weer van alles in Den Haag. Je kunt het zo gek niet geloven of het sloeg wel weer als een tang op een modderschuit.

Zo stond wethouder Marnix Norder dit jaar herhaalde malen voor Jan met de korte lul vanwege het feit dat hij ergens weer eens geen brood van gegeten had. Zo moest hij al zijn charmes in het geweer gooien om ongestraft weg te komen met het bouwdebacle op het Koningin Julianaplein. Ook bleek hij weinig kaas op zijn brood te hebben van cruiseterminals. En in datzelfde Scheveningen moest hij zich ook de oren van het hoofd schamen vanwege de boete die hij van wethouder Baldewsingh kreeg omdat zij in die prachtige badplaats samen illegale puinhopen hadden opgeslagen.

Zo. Hè hè. Ik zweer het. Ik was echt met een schone luier begonnen, maar nu is de punt er gelukkig af.

Ook andere wethouders lieten hun apenstreken het afgelopen jaar met het pluche van de mantel der liefde wegwuiven. Zo liep wethouder Kool lelijk tegen de mand door zich de kaas voor de voeten te laten wegmaaien door het bedrijfsleven.
Terwijl hij als socialist juist had moeten opkomen voor Jan met de korte achternaam. Bovendien werd zijn oor ook nog eens voor 1,5 miljoen euro aangenaaid door een Pinda-Chinees. Toen dat aan de grote klok werd verteld kon je in Den Haag een muis horen vallen. Heus. Ik ben de laatste die blaffende honden wakker wil maken maar kan helaas het sop en de geit niet sparen. Want als je zoiets hoort loop je echt met dovemansoren door de woestijn.

Wethouder Marjolein de Jong gooide er in 2010 trouwens ook met een potje naar. Met zevenmijlslaarzen ging ze door de porseleinkast nadat ze bij hoog en bij laag had beweerd dat je met cultuur in Den Haag nooit, maar dan ook nooit een kind in de rekening mag vereffenen. En wat gebeurt? Haar mooie beloftes spatten als een kaartenhuis uit elkaar. Nu kan u wel van mij vinden dat ik een stok op laag water zoek, maar dan vraag ik u in alle oprechtheid: was wethouder De Jong met haar standpunt over cultuur nou oprecht door zee? Ik dacht van niet.

De enige die van mij een staande ovulatie krijgt is de heer Huffnagel. Na lang te hebben geroken aan het pluche zag deze man eindelijk in, dat je als politicus niet eeuwig met andermans veren naast je schoenen kan staan. En toen hij eindelijk inzag dat hij als een paal boven water achter de Hagenaars had moeten staan inplaats van de stad Den Haag in de uitverkoop te doen trok hij z’n kuierlatten aan en vertrok met het noorderlicht.
Iedereen met ogen in z’n doppen zag dat het goed was.
Want Huffnagel had ik weet niet hoeveel Hagenaars dood gemaakt met een blije mus.
Of maakt ik nou van een mug een vlieg?
Ik dacht het niet.
Maar als u vindt dat ik de Haagse wethouders teveel aan de kaak nagel moet u het maar zeggen.
Geplaatst op: Vrijdag 24 december 2010 om 09:45 uur
1698338
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld