Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Haagse politiek op het Dorpsplein

Mevrouw Pasgeld en ik wonen op een Dorpsplein en op dat plein wonen ook  eenden. Ze zwemmen vaak in het vijvertje midden op het plein. Het is een gesnater en gekrioel van belang. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen nog niet. Het lijkt de Haagse gemeenteraad wel. 

In de lente maken ze nesten in onze voortuintjes en er is één woerd, die ontdekt heeft, dat hij ook achterom kan. Dan tikt hij op vaste tijden met zijn snavel tegen het glas van onze serre, er stellig van overtuigd dat we dat  leuk vinden. En dat we hem in ruil daarvoor brood geven. Ik vind het inderdaad wel amusant maar mevrouw Pasgeld niet. Want het groen, dat ze in  onze achtertuin zo liefdevol heeft geplant, trapt hij helemaal plat. We noemen die eend dan ook Boudewijn. Naar de Haagse wethouder Boudewijn Revis.

Naast het gedrag van Boudewijn bestuderen we ook het gedrag van de andere eenden op het plein. En inderdaad vertonen zij vaak veel overeenkomst met de manier waarop de Haagse wethouders zich manifesteren. Zo is er een vrouwtjeseend die zich altijd verstopt. Je hoort haar niet, je ziet haar niet en als het er op aan komt blijkt ze ergens tussen het riet in het vijvertje te zitten. ‘Poele, poele’, roepen we dan. ‘Kom eens te voorschijn, Ingrid van Engelshoven’. Maar dat gebeurt zelden. Eigenlijk is het een beetje een zielige eend die je maar beter met rust kan laten.

Maar neem nou de woerd Rabin. Genoemd naar wethouder Rabin Baldewsingh. Het gedrag van Rabin staat lijnrecht tegenover dat van Ingrid. Altijd snaterend. En altijd waggelend. Van de ene overtuiging naar de andere. Met een snavel vol beloftes. Maar nooit komt het ervan. Ons pleintje blijft gewoon zoals het is.
Met of zonder Rabin.

En dan is er een eend die we voor het gemak Tom hebben genoemd. Naar wethouder Tom de Bruijn. Want eend Tom wil graag naar de Stelleplas, even verderop. In de Stelleplas zitten namelijk heel belangrijke eenden die het echt voor het zeggen hebben. Tom wil dus weg uit onze vijver. Misschien wel omdat er veel te veel mensen in die vijver vissen.

Resten er nog twee eenden die zich door opvallend gedrag onderscheiden van de rest. De ene doet zich belangrijker voor dan hij is, terwijl dat eigenlijk nergens voor nodig is. Want eigenlijk is Karsten een heel aardige, gewone eend. Hij zit vaak in het eendenhuisje in de vijver. Dat heeft de gemeente voor hem  getimmerd. Hij denkt dat het een botenhuis is. En hoewel het nauwelijks functioneert wil hij graag nòg een botenhuisje. Er vlak naast. Ach. Het komt wel goed met Karsten. Hij is alleen een beetje in de war.

De laatste opvallende eend is nog jong. Jonge eenden worden ook wel pielen genoemd. Deze piel lijkt als enige in het gezelschap in de gaten te hebben, dat er behalve eenden ook nog mensen op het plein wonen. Daar staat echter tegenover dat hij vergeten lijkt te zijn uit welk nest hij is gekomen. En als hij er toevallig langs waggelt, bevuilt hij het gewoon waar je bijstaat.
We noemen hem ‘Joris’.

Geboeid blijven we de Haagse politiek op ons plein volgen.
Geplaatst op: Vrijdag 19 juni 2015 om 09:10 uur
1794004
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld