Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Haast en herrie met David Hart

Laatst zat ik met mevrouw Pasgeld in de auto. En wat nog nooit het geval was geweest, gebeurde toen: alle verkeerslichten op groen! We kwamen aanrijden en huppekee, groen! En niet één maar allemaal! Het leek wel een wonder. Maar dat was het niet.

‘Kijk’, zei ik tegen mevrouw Pasgeld, ‘die dingen die in trams en bussen zitten, je weet wel, waarmee de bestuurders, als ze komen aanrijden de verkeerslichten op groen kunnen zetten? Nou, die zijn nu in België te koop. Je moet wel weten waar, want eigenlijk mag het niet. Maar zo’n ding heb ik me aangeschaft.’ En ik wees op een knopje naast het stuur. ‘Als je daar nou op drukt, springt het licht vanzelf op groen. Soms kan het even duren. Maar meestal kan je direct doorrijden.’ Tijdens mijn uitleg demonstreerde ik het een paar keer en het werkte perfect.

Mevrouw Pasgeld kon haar ogen niet geloven.
‘Hoe duur was dat ding?’, vroeg ze.
‘Tja’, zei ik. ‘Het was wel een hele rib uit mijn lijf. Maar het was kiezen of delen. Ik werd de laatste tijd echt ziek van die verkeerslichten die altijd en eeuwig vlak voor je neus op rood sprongen. Mijn bloeddruk steeg tot ongekende hoogte. Ik begon iedereen af te snauwen. Die luie chef van de Haagse verkeersdienst vooral. Ik reed, als het licht eindelijk eens op groen sprong, keihard naar het volgende rode licht met aantoonbaar gevaar voor mijn medeweggebruikers. Dus ik heb maar zo’n ding aangeschaft.’
‘Ja, maar hoe duur was ie?’, drong mevrouw Pasgeld aan.
‘Driehondervijfentwintigduizend euro’, zei ik. Het was eruit voor ik het wist maar mevrouw Pasgeld zou het toch ooit wel te weten komen.

‘Wat?’, riep ze. En vervolgens begon ze me de mantel uit te vegen op een manier die u niet wilt weten. Ze zat wel een half uur te schimpen en te schelden. Ik kon er geen speld tussen krijgen. Als ik dat al had gewild. Want ervaring had leert, dat je er bij mevrouw Pasgeld maar beter geen speld tussen kan krijgen. Of ik achterlijk was, tierde ze. En wat ik wel niet dacht. Dat al die mensen die iedere keer van links en van rechts en van voor en achter kwamen nu ook nog eens een keer extra moesten wachten op mij. Dat ik een vuile egoïst was. En dat ik niet moest denken dat ik zomaar recht had op een voorkeursbehandeling in het verkeer omdat ik toevallig een paar centen meer had dan anderen. Dat ik een krankzinnige imbeciel was die ze moesten opsluiten voor het te laat was.

En zo ging dat maar door. Kunt u het zich voorstellen? Mevrouw Pasgeld geheel buiten zinnen en ik iedere keer maar op dat knopje drukken als we een stoplicht naderden. Want natuurlijk was het een prijzige aanschaf geweest en ik wilde er perse uit halen wat erin zat.

Toen mevrouw Pasgeld eindelijk was uitgeraast, bracht ik in het midden dat ze, als ze nou toch bezig was met het uitschelden van egoisten en asocialen, ze haar vlammende woorden beter zou kunnen richten tot de Wassenaarse multi-miljonair David Hart.
Dat is de man die de leefomgeving van zijn buren straks acht keer per dag gaat verzieken met het geronk van zijn opstijgende en dalende prive-helicopters. Puur voor zijn eigen comfort.
Dàt noem ik pas hufterig.
Geplaatst op: Vrijdag 6 februari 2009 om 11:18 uur
383382
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld