Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Handel op het dorpsplein

Ons Zeeuwse dorpsplein ligt er vredig bij. De warme zon richt haar stralen her en der tussen het lommer van de tientallen bomen op het plein en maakt twinkelende feestverlichting op het gras en de vijver. Het is zondag. Op zondag is het op ons plein op de een of andere manier rustiger dan anders, Reden voor fietsers en wandelaars om ons plein als uitvalsbasis te gebruiken voor tochtjes in de omgeving.
En dat is weer een reden voor sommige pleinbewoners om minimale handel op kistjes voor hun huizen uit te stallen. Appelen, peren en kersen, maar ook plantjes in diverse stadia van groei en bloei staan er te koop onder een parasol. De prijzen staan er bij. Eventuele afnemers worden bijvoorbaat vertrouwd en leggen, na afname, gepast geld op een schoteltje.

Omdat ik er graag bij wil horen, meende ik er goed aan te doen de economie op ons plein te versterken met nieuw aanbod. Boeken en oude munten.
De voorbereidingen namen enige tijd in beslag. Allereerst de vraag wat voor soort boeken ik zou aanbieden. Zeelandica in ieder geval. Er is een ongelooflijke hoeveelheid prachtig werk verschenen over het roemrijke Zeeland. Niet alleen non-fictie. Maar ook literatuur. Denk aan Franca Treur. En het prachtige verhaal van Freek de Jonge over zijn jeugd in Goes in ‘Zondig in Zeeland’.

Dus als de donder de side-table voor het huis gezet, twee parasols erboven en een doosje Zeelandica erop. Fietsers en voetgangers, kom maar op! Jullie zijn vast geinteresseerd in de omgeving waar jullie doorheen fietsen en kuieren! Voor de zekerheid nog een doosje met boeken over religie. Want het was per slot van rekening zondag. En hoe precies dat allemaal luistert weet ik nog steeds niet, maar ‘De Christenreis naar de eeuwigheid’ van John Bunyan en ‘Bewaar het pand’ van H. Hoekstra, bedienaar van het woord bij de gereformeerde kerk kon, zo dacht ik, in mijn zondagse stalletje geen kwaad. Nog een doosje reisboeken en twee doosjes met het etiket ‘Thrillers en Spanning’ en mijn tafeltje was vol. Op een papiertje schreef ik, dat de boeken twee euro per stuk kosten. Een album met oude Nederlandse munten van een halve cent, een cent, anderhalve cent, stuivers, dubbeltjes, kwartjes, guldens en rijksdaalders completeerde het geheel. 

Hoe stond het met de klandizie, zult u vragen. Ja. Daar was ik natuurlijk ook benieuwd naar. Het was warm. Dat moest ik er alvast bij zeggen. Erg warm. Te warm om te fietsen of te wandelen. Ik ging op een stoel naast mijn handeltje zitten. De buurvouw kwam na een half uur even kijken. ‘Omdat je mijn eerste klant bent mag je gratis een boek uitzoeken’, zei ik. Ze koos “De Sneeuwman’ van Jo Nesbă┐.
Toen kwamen er twee jongetjes van een jaar of twaalf op de fiets langs. Ze stapten af en bekenen geïnteresseerd de halve centen. ‘Halve centen? Wat is dat voor idioots?’, zeiden ze. Maar ze wilden er wel een hebben om aan hun vriendjes te laten zien. Als het maar gratis was. Dus kregen ze van mij ieder gratis een halve cent.

Toen leek het me om de een of andere reden beter niet meer naast mijn uitstallinkje te gaan zitten. Dus legde ik een papiertje op mijn stoel waarop stond. ‘Voor vragen moet u binnen zijn’.
Om een lang verhaal kort te maken. Niemand had vragen. Door het raam in de voorkamer zag ik, dat er ’s middags één meneer en één mevrouw van hun fiets stapten om even naar de boeken te kijken, maar heel gauw weer wegreden. Dat was alles.
Resultaat van één dag handel: één boek en twee halve centen kwijt.

Desondanks ben ik buitengewoon gelukkig op mijn idyllische, Zeeuwse dorpsplein.
Geplaatst op: Vrijdag 26 juli 2013 om 08:25 uur
1793950
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld