Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Herrie in het kippenhok

 Esmeralda en Suzanne bewonen thans enige jaren het kippenhok in onze achtertuin. Volgens mevrouw Pasgeld diende hun onderkomen een likje verf te ondergaan. Maar ik weet niet of ze dat ook zelf vonden.
Toch maar gedaan. Maar nee. Toen de verf erop zat vonden zowel de kippen als mevrouw Pasgeld het resultaat niet om over naar huis te schrijven..
Uitkomst bood een medebewoonster op ons plein, José, die een oerdegelijk kippenhok op 300 meter afstand van ons huis voor haar voordeur had gezet. Dat hok moest weliswaar ook worden opgeknapt. Maar het was van een degelijkheid en een luxe die niet te vergelijken viel met dat hok van ons.
‘Wat moet je ervoor hebben?’, vroeg ik José.
‘Vijfentwintig euro’, antwoordde ze.
‘Verkocht’, zei ik. Als ze 50 euro had gevraagd had ik dat ook gezegd.
Toch bleek ik wat voorbarig.
Dat hok bleek namelijk loodzwaar. Maar met mijn beide loeisterke, directe buurmannen, met mevrouw Pasgeld en mezelf lukte het ons om dat kippenhok in de tuin van mijn rechter buurman te krijgen. Want door òns huis naar onze achtertuin lukte niet. Daarvoor was onze voordeur te smal.
Dus moest er een deel van de schutting tussen de achtertuinen van de rechterbuurman en van ons onttakeld te worden om zo het kippenhok naar ons achtertuinterras te krijgen. Om daar te wachten op de dingen die komen gingen.
Dat deden Esmeralda en Suzanne ook. Want die hadden inmiddels donders goed in de gaten dat er iets loos was en mompelden bij voortduring: ‘pâhk… pâhk, pâhk, pâhk…’.
Toen de onttakeling van hun oude onderkomen in volle gang was, was ik daar zo druk mee, dat ik niet in de gaten had dat Esmeralda inmiddels schoon genoeg had van al die veranderingen en haar heil op een of andere wijze in een van de tuinen van de buren had gezocht.
Waar?
Een rondgang leverde niets op.
Maar nadat we met vereende krachten het nieuwe kippenhok op de plek van het oude hadden getakeld, was ze daar ineens weer. Zomaar. Uit het niets.
En nu is het wennen. Voor Suzanne en Esmeralda tenminste. Want de eerste paar dagen durfden ze niet naar binnen.
‘Ga dat trappetje nou op’, drong ik aan. Dan is het de eerste deur links. Toe dan. Je kàn het’.
Maar nee hoor.
En iedfere keer dat ik ze er zelf in had gezet durfden ze niet naar buiten.
‘Ga nou gewoon door het deurtje en dan rechtsaf het trappetje af. Jullie kùnnen het!
Weer niks.
Wel legden ze hun eieren keurig in de twee luxe leghokjes die niet in hun oude hok had gezeten.
We zijn nu twee dagen verder. Steeds duw ik Esmeralda en Suzanne op tijd ’s avonds het hok in en ’s ochtends er weer uit. Niet al te zachtzinnig. Want wie niet horen wil moet voelen.
Er lijkt iets van vooruitgang in te zitten. Af en toe betrap ik ze halverwege het trappetje.
En laten we eerlijk zijn. Zèlf hebben ze niet om deze verhuizing gevraagd.
Als ze mij straks verhuizen naar een bejaardenhuis zal je me daar waarschijnlijk ook steeds niet al te zachtzinnig in moeten duwen.
Geplaatst op: Donderdag 21 mei 2020 om 08:26 uur
1746258
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld