Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Het blauwe jasje

Toen Andries vorige week de biljartruimte in het Dorpshuis betrad had hij, behalve zijn gebruikelijke bruine, ribfluwelen broek een nogal ongebruikelijk  knalblauw, glimmend colbert aan.
Dat was vragen om moeilijkheden.

‘Kan je je kleren tegenwoordig ook al in metallic krijgen?’, klonk het meteen.
‘En bij de stomerij laten uitdeuken zeker’, reageerde een ander gevat.

Andries had wel reacties verwacht op de keuze van zijn kleding, zo bleek later. En achteraf zei hij, dat hij lang had getwijfeld voordat hij besloot om het aan te doen naar de biljartclub. Ben je gek, had hij zichzelf toen voorgehouden. Ik doe het gewoon. Dan zien we wel wat er van komt.

Maar na die opmerking over dat uitdeuken zei hij alleen: ‘Het is een echt biljartjasje. Een soort kampioensjasje. Met zo’n speciaal jasje aan maak je veel meer caramboles dan met een gewoon jasje.’
‘Nou, dat moeten we dan eerst nog maar eens zien’, was de algemeen heersende opinie.
En daar gingen we dan. Eerst, zoals gebruikelijk, een uurtje libre, gelardeerd met grappen, kritische opmerkingen en ernstig gemeende aanwijzingen.

‘Weet je wat het met biljarten is?’ zei Hannes.
‘Nou?’, vroeg ik benieuwd.
‘Als je het goed doet, is-ie niet mis’, antwoordde hij. En begon er zelf om te lachen. Als Hannes lacht, is het net of er een hele nieuwe wereld voor je opengaat waarin alle sores in het niet lijken te verdwijnen. Ooit bleef ik per ongeluk te lang op de plek waar hij wilde gaan staan om af te stoten. ‘Rot op, ga van mijn plek’, riep hij en begon met z’n schouder tegen me aan te duwen. Onmiddellijk gevolgd door een lachend: ‘Ja. Af en toe moet je kras wezen in het leven.’

En zo leren wij van elkaar. Zelfs nog op onze ouwe dag. Want futig zijn we allang niet meer. Laat staan nistig. ‘Nistig’ is Zeeuws en is de overtreffende trap van ‘futig’ en betekent zoveel als ‘gauw aangebrand’.

Het blauwe jasje bleef in het middelpunt van de belangstelling staan. Toen Andries de rooie bal ‘op een Chinese buikhaar na’ miste, bleek Geerard de overtuiging toegedaan, dat hij er weliswaar ‘kort bie’ was, maar dat sommige mensen van blauw jasjes vaak wat ‘drusig’ werden.
Waar ik vroeger vaak achteloos deed voorkomen alsof ik iedereen die Zeeuws sprak ten volle begreep, terwijl dat in de verste verte niet zo was, vraag ik nu zo af en toe eens voorzichtig naar de betekenis van een woord. Altijd word ik dan direkt op mijn wenken bediend. Want Zeeuwen zijn trots op alles wat Zeeuws is en vooral op hun taal. ‘Drusig’, zo bleek dus desgevraagd, staat voor ‘onbeheerst’, ‘onstuimig’ of ‘onbezonnen’.
Nou. Dat wist ik dan ook weer. Van glimmende blauwe colberts werd men dus drusig. Een mens is nooit te oud om wat te leren.

Tot vervelend toe bleef de hele verdere middag het blauwe jasje de aandacht vragen. Iedere keer als Andries een carambole maakte riepen de anderen in koor: ‘Dat komt natuurlijk door dat jasje’. En als iemand anders een bal alleen maar ‘kort in de buurt’ kon krijgen, klonk de verzuchting: ‘Had ik nou maar zo’n blauw jasje aangehad.’ Onder dat alles bleek Andries iemand zonder ook maar een spoor van futigheid. Af en toe moest hij zelfs meelachen om de grappen en grollen. En niet eens als een boer met kiespijn.

Toch ben ik benieuwd wat voor jasje Andries de volgende keer aan heeft.
Geplaatst op: Vrijdag 11 december 2015 om 08:38 uur
1794002
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld