Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

`Het onbeheerste weefgetouw van het lot`

 Hoewel de tijd er nu eindelijk eens rijp voor is, lees ik tegenwoordig niet zo veel meer. Dat komt waarschijnlijk omdat ik ik vroeger, toen de tijd (of althans ikzelf) er nog niet rijp voor was, wèl ontzettend veel las. Heel erg veel zelfs.
Zodat ik, als ik nu nog wel eens een boek ter hand neem, na vier of vijf bladzijden het gevoel krijg, dat ik het allemaal al eens eerder tot me heb genomen.
Maar vroeger dus niet.
Op mijn 17e had ik bijvoorbeeld al vrijwel alles gelezen wat er toen op het gebied van science-fiction was verschenen. Zodat ik nu nog steeds regelmatig ’s nachts gillend wakker word, omdat ik meen, dat alles wat ik toen tot mij nam na zestig jaar ineens toch nog werkelijkheid is geworden.
Later vermeide ik mij graag in de moderne wereldliteratuur. En tot op de dag van vandaag houd ik iedereen voor, dat me dat meer goed heeft gedaan dan mijn hele schoolperiode.

Iedere keer als ik iets las dat me aansprak, of wat ik wilde onthouden, vouwde ik het hoekje van de betreffende pagina zodanig, dat het puntje van dat hoekje precies wees naar het citaat. Zo stond een goed boek vaak bol van de gevouwen puntjes. En als dat boek dan uit was streek ik alle gevouwen puntjes een voor een weer glad nadat ik de betreffende citaten in een dikke ordner had overgeschreven.
Veel bijvoorbeeld van Louis Stevenson. Joseph Conrad. De Saint Exupery. Alain Teister. Paul Theroux. Frank McCourt. David Mitchell. Bill Bryson. Jack Vance, John Boyne. Jonathan Franzen. Dave Eggers. Julian Barnes, Philip Roth en John Le Carré.
Maar ook van Nederlandstalige schrijvers: Louis Paul Boon. Bordewijk. Theo Thijssen en Levi Weemoedt bijvoorbeeld.
Een rondgang door die ordner levert, behalve een bloemlezing ook een rondgang door het leven zelve op. Loopt u even mee?

● ’Met de metro ga ik niet. Er komt een tijd, dat ik nog genoeg onder de grond
   kan zitten’. (Weemoedt)
● ‘De bijna tastbare aanwezigheid van het vreemde, emotionele fenomeen dat
   publieke opinie heet en zo redeloos is, deprimeert en verontrust me’.
   (Joseph Conrad)
● ‘Den Haag betekent voor mij de belichaming van alle cliché’s die erover
   gezegd worden: de bedompte praal van de ambassades, de clubdasdeftigheid
   van Buitenlandse Zaken, de aardappels in de vioolkist, bedreven gedragen
   door lusteloze acteurs die hun valse schijn beloond zien met een vermoeid
   applaus’. (Alain Teister)
● ‘Den Haag schijnt de juiste dampkring te hebben voor het conserveren van
   oude dametjes’. (Godfried Bomans)
● ‘Ik ben er nooit uitgekomen of vrouwen, wier eigen geslacht ondoorgrondelijk
   schuilgaat tussen de benen, alert zijn op de mannelijke begeerte of dat ze
   gewoon passief wachten op een overval, waarvan de onvoorspelbaarheid deel
   uitmaakt van de bekoring’. (John Updike)
● ‘De tranen springen me in de ogen als ik bedenk hoe ze allemaal de toekomst
   in marcheren, dribbelen en kruipen en mijn genen de maalstroom in sjouwen
   van een wereld die ik nooit zal kennen. Mijn dappere soldaatjes. Maar in wat
   voor oorlog? En voor welke nobele zaak? (John Updike)
● ‘Hij verwonderde zich over het onbeheerde weefgetouw van het lot’, (David
   Mitchell)
● ‘De ochtend-stijve. Het dagelijkse geheugensteuntje voor de man voor het
   geval hij van de ene op de andere dag vergeten zou zijn waarom hij op de
   wereld is’. (John Updike)
● ‘Met dezelfde verbeten overtuiging bestreed hij in het tweede deel van zijn
   leven, wat hij in het eerste deel zorgvuldig staande had trachten te houden’.
   (Gustave Flaubert)
● ‘Het lag in haar aard zwerfkatten te houden, in zichzelf te praten en ’s nachts
    haar ondergoed aan te houden voor het geval er brand uitbrak’. (John
    Cheever)
● ‘Hij kuste verlegen haar lippen
   Zij bloosde niet op haar gemak
   En kneep haar knieën tezamen,
Zodat zijn brilletje brak’(Anoniem)
● ‘De mens dient nu meer dan ooit te leren leven zonder veel bezittingen.
   Bezittingen vervullen de mens met angst: hoe meer ze hebben, hoe meer ze
   te vrezen hebben. Bezittingen hebben de neiging zich aan de ziel vast te
   zuigen en daarna de ziel de wet voor te schrijven’. ( Bruce Chatwin)

Hopelijk bevat bovenstaande, onsamenhangende bloemlezing, ook iets van uw gading.
Geplaatst op: Donderdag 14 mei 2020 om 08:35 uur
1746208
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld