|
Het schoolrapport van mijn kleinzoon
Steeds maar weer word ik getroffen door de ingewikkeldheid van de samenleving. Zo kreeg ik gisteren het rapport van mijn kleinzoon onder ogen. Dat stond vol baarlijke nonsens. Zo bleek eruit, dat hij ‘over het algemeen graag op school’ is, dat hij ‘zich beleefd gedraagt’ en dat hij zich ‘meestal houdt aan afspraken en regels’.
Ik weet wel beter. Mijn kleinzoon gedraagt zich niet zelden in het geheel niet beleefd. En mag het alsjeblieft? Die jongen is zes! Het is dus een van de twee: òf mijn kleinzoon heeft de juf goed bij de neus genomen. Òf de juf heeft dergelijke prietpraat bij de meeste leerlingen ingevuld om nut en noodzaak van haar eigen functioneren nog eens duidelijk aan te tonen. In het lijvige rapport staat evenverderop dat mijn kleinzoon ‘nog weinig inbreng heeft bij groepsopdrachten hoewel hij wel samenwerkt’. Kijk. Dat heeft hij van geen vreemde. Daarin herkent opa zich graag. Je zal wel gek zijn om je kostelijke inbreng aan een groep te verspillen als je zeker weet dat anderen toch met de eer gaan strijken. Maar dan komt het. Bij cognitieve vaardigheden staat letterlijk: ‘instructieniveau AVI 1 DLE 5, norm is beheersingsniveau AVI 2 DLE 7’. Ik ontsteek in woede. “Daar begrijp ik niks van”, tier ik tegen mevrouw Pasgeld die juist een heerlijk kopje koffie binnenbrengt. “Beheersingsniveau AVI 2 DLE 7! Wat is dat nou!” Mevrouw Pasgeld, die tien jaar jonger is dan ik en derhalve een stuk ontvankelijker voor moderne indoctrinatiemethoden, zegt geduldig: “Je moet óók de eerste bladzijde van het rapport doornemen. Daarin staat wat het allemaal betekent.” Dat doe ik. Wild van woede neem ik tot me, dat een kind van zes, dat in december in groep drie zit een didactische leeftijd (DL) heeft van 4. En dat een schooljaar bestaat uit tien maanden. Dus dat een kind van zeven in groep vier een didactische leeftijd heeft van 14. En dat de E in DLE staat voor ‘equivalent’. En dat er negen AVI-niveau’s zijn die het in de eerste twee groepen gehanteerde OntwikkelingsVolgModel vervangen. Toen ik tenslotte uit het rapport vernam dat rekenen tegenwoordig ‘’ordenen’ heet en dat DMT en TTR ook iets betekenen kreeg ik een waas voor ogen. “Je moet tegenwoordig een soort schriftgeleerde zijn om het rapport van je kleinzoon te doorgronden”, riep ik uit. “Vroeger was een kind gewoon zes als hij zes was. En had hij een negen voor rekenen als hij daar zeer goed in was en een vier als hij daar slecht in was. Iedereen begreep dat. Begrijpen kinderen tegenwoordig zelf wel iets van die rapporten? Of gaat het tegenwoordig niet meer om kinderen in het onderwijs?” Mevrouw Pasgeld begon het allemaal nog eens geduldig uit te leggen. Ze had het over DrieMinutenToetsen en Tempotoetsen Rekenen en dat het goed is als je equivalent hetzelfde is als je didactische leeftijd. “Kan allemaal wel zijn”, tierde ik. “Maar vroeger, toen ik op school zat, was dat allemaal veel duidelijker. Ik kreeg altijd hele gewone rapporten. En ik ben toch ook goed terecht gekomen?” “Vind je?”, zei mevrouw Pasgeld.
Geplaatst op: Vrijdag 21 maart 2008 om 14:30 uur
|
254476
bezoekers |