|
Het systeem van mevrouw Pasgeld
Vanaf nu moet het maar eens afgelopen zijn. Iedere ochtend sta ik mij namelijk volstrekt zinloos af te vragen wat voor soort overhemd ik deze keer nou weer eens aan zal doen. Linnen? Rib? Katoen? Dikwijls laat ik mijn keuze voor het materiaal bepalen door rationele argumenten zoals de te verwachten temperatuur of de aard van mijn werkzaamheden. Maar bij de keuze van de kleur van het overhemd gaat zoiets niet op.
Ja, natuurlijk. Een wit of lichtblauw overhemd bij officiële gelegenheden. Maar wanneer ga ik nou naar officiële gelegenheden? En als ik al ga, wens ik me liever te laten kennen als een ouwe, verstofte Engelsman met een beige overhemd en met het kruis van de ribfluwelen broek tussen de knieën. Een enkele keer bedacht ik nog wel eens iets leuks zoals: vanmiddag moet ik een column voordragen tijdens een bijeenkomst van het Haagse Milieucentrum in het Atrium, en dan is het vast leuk als ik dat in een groen overhemd doe. Of: vandaag heb ik een tv-optreden en dan hebben ze liever geen overhemden met streepjes en balletjes. Maar eerlijk gezegd heb ik in mijn hele leven nog maar vier keer voor een tv-camera mijn zegje moeten doen. Dus er gingen echt hele ochtenden voorbij dat ik niet met dat probleem zat. Ooit probeerde ik het systeem van mevrouw Pasgeld. Dat moet ik even uitleggen. Mevrouw Pasgeld baseert haar kledingkeuze iedere ochtend op haar gemoedsgesteldheid. Is ze blij van zin dan zie je dat af aan haar kleren. Als haar stemming in de loop van de dag eens wat af wil wijken van de aard van haar oorspronkelijke kledingkeuze dan doet ze gewoon weer iets anders aan. Het zij me vergund nog even stil te staan bij het gegeven dat mevrouw Pasgeld ’s ochtends een heel enkele keer nog wel eens opstaat met een… tja, hoe zal ik het noemen? Een ego-twijfel? Een gebrek aan zelfvertrouwen? Een betwistbaar gevoel van onzekerheid? Als zulks het geval is, dan kan men zonder enige overdrijving spreken van een wat langduriger kleding-keuze. Tien, twaalf, twintig kledingstukken komen tijdens een dergelijke sessie als afgekeurd op het bed terecht. Zelfs in verschillende combinaties blijken ze al bij voorbaat niet opgewassen voor de uitdagingen van de dag. Als mevrouw Pasgeld dan tenslotte gekleed en al, iets meer dan gebruikelijk mijn blikveld kruist, zie ik het weer. Dan moet ik zeggen wat ik ervan vind. Dat moet ik anders nooit. Bijvoorbaat dus al een reden om op mijn woorden te passen. Meestal zie ik het in dat soort gevallen direct: nee, het is het nèt niet. Een iets te gedurfde combinatie. Een wat pijnlijke kleurstelling. Maar in ieder geval wél iets, dat treffende overeenkomsten vertoont met haar stemming. Ik kan dan zeggen dat ik het leuk vind wat ze aan heeft, maar de ervaring heeft inmiddels geleerd, dat dat nergens op slaat. Dus zeg ik gewoon: ‘Jezus, wat heb je nou aan?’, of: ‘Is dat schrikken, zeg’. Maar dergelijke uitingen bleken uiteindelijk toch ook weer weinig zoden aan de dijk te zetten. Kort en goed: het systeem van mevrouw Pasgeld bleek, voor wat betreft mijn eigen kledingkeuze, niet functioneel. Sinds kort pak ik dus gewoon het overhemd, dat links in de kast hangt. Fluitend trek ik dat aan en bezit mijn ziel gedurende de loop van de dag in zaligheid. Wilt u nog weten dat ik mijn eigen systeem met enige klem aanbeval aan mevrouw Pasgeld? En hoe dat verder verliep? Ach, ik denk het niet.
Geplaatst op: Vrijdag 23 januari 2009 om 09:00 uur
|
383382
bezoekers |