Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hey, teachers, leave us kids alone

 In de NRC las ik, dat leerlingen van een 5-VWO klas voor het vak Cultureel Kunstzinnige Vorming (CKV) in een zogenaamde ‘museumles’ een hele vloer met pindakaas moesten beleggen. Want dat was kunst. Dat had de beroemde kunstenaar Wim T. Schippers in 1962 namelijk ook gedaan.
Ze vonden het maar niks. ‘Dat is toch geen kunst?’, hadden ze geroepen. En toen ze daarna de pindakaas in de vorm van een huis op de vloer smeerden had de museumdocent Emily Breedveld van het museum Boijmans van Beuningen hen bestraffend toegeworpen, dat het dan geen kunst meer was. ‘Het concept dat wij als Boijmans van Schippers hebben gekocht is een vierkante of rechthoekige vloer. Daar kan je niet opeens een huis van maken’.

Hoe diep kan je als docent zinken? Dènken de leerlingen eindelijk zelf eens creatief na, is het wéér niet goed. Nee. Het moet precies zoals Schippers dat 48 jaar geleden deed. Ik zou (zoals Roger Waters van Pink Floyd dit in 1979 deed) dit soort docenten willen toeroepen:
‘Hey teachers, leave us kids alone. All in all you’re just a brick in the wall!’.

Het voorval bracht me trouwens de tijd in herinnering, dat ik zelf CKV-docent was. Op een goeie dag deelde ik mijn 5-VWO leerlingen allemaal kleurboeken uit. U weet wel, van die kleurboeken waar op de linkerbladzijden een ingekleurd plaatje stond. Bijvoorbeeld van een kabouter. En op de rechterbladzijden datzelfde plaatje maar dan alleen in zwart-wit lijnen. De bedoeling van de makers van die kleurboeken is, dat je de rechterbladzijde precies zo inkleurt als op de linkerbladzijde het geval is. (Het moet Emily Breedveld als muziek in de oren klinken.)
‘Jullie mogen alles met die kleurboeken doen wat je maar wil. Behalve waar het voor bedoeld is’, gaf ik mijn leerlingen mee als opdracht.
Enigszins verwonderd ging men aan de slag. Een opdracht zonder dat de docent dingen voorschreef of ergens grenzen aan stelde? Wat was dat nou weer?
Maar na een half uurtje werden de grenzen die de leerlingen aan zichzèlf stelden al snel duidelijk. Zo was er één die de muts van de kabouter zowaar blauw verfde in plaats van rood. Veel verder ging de jongeman, die de kabouter een piemel gaf. En niet zo’n kleintje ook. Een aantal leerlingen trokken zich zelfs helemaal niets van de afbeeldingen aan en tekenden er met dik viltstift iets heel anders over heen. Nòg verder ging de enkeling die de bladzijden uit het kleurboek scheurde om er ruimtelijke huisjes van te vouwen. Er was echter één leerling die niets deed. Helemaal niets. ‘Hé joh’, zei ik halverwege de les tegen hem. ‘Zou je niet eens aan het werk gaan?’. Tevergeefs, zo bleek later.
Na afloop werden de werkzaamheden meteen besproken. Een meisje, dat alle pagina’s van het boek verfrommeld had tot proppen die ze vervolgens stuk voor stuk in afzonderlijke glazen water deponeerde, kreeg een negen. Ik verwees daarbij naar Wim T. Schippers, die een tiental jaar eerder een vloer besmeerd had met pindakaas. En dat dit ook zoiets was.
En toen kwamen de activiteiten van de jongeman die de hele les niets had uitgevoerd, aan de orde.
‘Toch een beetje jammer’, dat jij je niet hebt ingezet’, sprak ik. Je hebt een kans voorbij laten gaan’.
‘Helemaal niet’, reageerde hij rustig. ‘Ik heb precies gedaan wat u zei. U zei, dat je àlles met dat boek mocht doen, behalve waar het voor was bedoeld. Nou, ik heb niks gedaan. En daar is zo’n kleurboek toch niet voor bedoeld?’.
Hij kreeg een tien van me.
Geplaatst op: Donderdag 7 november 2019 om 08:57 uur
1649864
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld