Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hijshokjes, zuigbuisjes, troela`s en mokkels

Al jaren vul ik ’s ochtends -tijdens het eten van mijn Brinta- een Zweedse doorloper in. U weet wel, zo’n kruiswoordpuzzel waarbij de omschrijvingen van de gevraagde woorden in de vakjes staan die bij gewone kruiswoordpuzzels zwart zijn. ‘Muziekinstrument’ staat er dan bijvoorbeeld in zo’n vakje. Een pijltje wijst vervolgens naar een rijtje van vijf lege vakjes en als je dan bijvoorbeeld door het invullen van een ander woord dat daar haaks opstaat, al weet dat de eerste letter een ‘c’ moet zijn, vul je dus ‘citer’in om even later tot de ontdekking te komen dat dat ‘cello’had moeten zijn.

Bij dat invullen stuit ik -zowel bij de omschrijvingen van de gevraagde woorden als bij de in te vullen woorden- niet zelden op prachtige termen die niet, of nauwelijks meer in gebruik zijn. Die dreigen dus uit te sterven. Dat zal de opgroeiende generatie nauwelijks een zorg zijn. Maar mij dus wel. Daarom noteer ik dergelijke woorden steevast op een papiertje naast mijn puzzeltje.
Hieronder een bloemlezing van die woorden, gegoten in zinnetjes zonder enige samenhang. Het slaat dus allemaal nergens op. Maar waar het om gaat zijn dus die woorden.
Daar gaat-ie:

Als er vroeger iets bijzonders gebeurde riep men altijd: ‘Verhip!’, ‘Deksels!’ of ‘Mammamia!’. En als het echt kielekiele was maar het ging toch nèt goed, riep men prompt: ‘Mirakels!’
Verder kon het gebeuren, dat een oelewapper -voordat hij ’s ochtends naar zijn werk ging- per abuis zijn hansop weer aantrok inplaats van zijn ketelpak. En dat merkte hij pas in het hijshokje op weg naar de begane grond. Er zat dan niets anders op dan zijn klimtol uit zijn pungel te halen om de meewarige vlegel naast hem als de wiedeweerga duidelijk te maken dat die grijns op zijn tronie hem onwelgevallig was.

Ook geschiedde het somtijds, dat een kniesoor heftig naar paring verlangde maar dat hij tot zijn leedwezen moest constateren dat het seizoen ontijdig aan het strengen was zodat hij zijn krolse fratsen als de wiedeweerga met een oorlam moest wegspoelen teneinde zijn verlangens dras in de vergetelheid te doen geraken.

Wanneer waren trouwens alle dienstbodes voor het laatst ook nog eens zonder uitzondering allemaal maagd? En wanneer veroorzaakte een elfmetertrap voor het laatst een aansluitingstreffer? Alleen de vlegels, blagen en de andere lawaaipapegaaien van weleer zullen het, indien zij tenminste niet op een onverkwikkelijke wijze tot wasdom zijn gekomen, monter beamen.

En zo herinner ik mij nog dat ik temidden van een gezelschap troela’s en mokkels, allen gehuld in een japon, tevergeefs poogde met een zuigbuisje ranja te onttrekken uit een kroes die ik zojuist uit de glazenkast had gehaald. ‘Drommels!’, riep ik. ‘Die kroes diende in het dressoir te staan maar dat is nu per abuis het depot geworden van de schillenmand, de kamerfiets en de ondersteek!’.

Wat een larie!
Maar het gaat dus om die mooie woorden uit die Zweedse puzzels.
 
Geplaatst op: Vrijdag 7 april 2017 om 08:11 uur
1244565
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld