Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hoe laat is het in Den Haag?

Soms doe ik ’s middags een dutje op de bank. Ja. Mag ik even? Ik ben de zeventig gepasseerd en als ik wakker blijf, zit ik volgens de heersende opinie toch maar te mopperen en te klagen. Dus wees blij dat ik mijn mond even hou.

Maar vandaag lukte dat niet erg. Dat dutje bedoel ik. Het bleef maar doormalen in mijn hoofd. Want tijdens een fietstocht die ik die ochtend door Den Haag had gemaakt, was het mij opgevallen, dat er nogal wat stadsklokken niet gelijk liepen of zelfs stilstonden. Weet je wat, dacht ik, daar ga ik de gemeente even over bellen. Ik sprong van de bank, draaide het nummer van de Haagse afdeling voor Publiekszaken en informeerde de ambtenaar die opnam over het voor- dan wel achterlopen van de klokken aan de Theo Mann Bouwmeesterlaan, de Waalsdorperweg, de Ruygrocklaan en de Zuid-Hollandlaan.

Eerst antwoordde de ambtenaar die ik aan de lijn kreeg, dat de gemeente niet over de gemeentelijke klokken ging maar dat dat het Nationaal PubliciteitsBureau (NPB) was. Maar toen ik vroeg of de gemeente dan tegenwoordig helemaal niet meer over gemeentelijke dingen ging en álles uitbesteed had aan het particuliere initiatief, bond hij wat in en vroeg me wat ik op mijn lever had.

‘Dat zeg ik net!’, riep ik. “Al die stadsklokken, die niet gelijk lopen. Neem nou die klok aan de Ruygrocklaan. Die wees tien over zeven aan. Maar het was kwart voor twaalf!’
De ambtenaar antwoordde geduldig, dat als de gemeentelijke klok in de Ruygrocklaan tien over zeven aanwees, dat het dan in de Ruygrocklaan ook tien over zeven was.
‘Wat?’, riep ik. ‘Maar het was kwart voor twaalf!’
‘Niet in de Ruygrocklaan’, zei de ambtenaar.
‘Maar dat kan toch niet?’, riep ik wanhopig. Hoe kan het nou in heel Den Haag kwart voor twaalf zijn en in de Ruygrocklaan tien over zeven?’
‘Ik zal het u nog sterker vertellen’, zei de ambtenaar. ‘Die klok aan de Ruygrocklaan heeft een vóór- en achterzijde. Aan beide zijden zit een wijzerplaat met wijzers. Het gebeurt wel eens, dat de voorkant, zeg maar vijf over vijf aangeeft en de achterkant half elf. Dan is het aan de ene kant van de Ruygrocklaan vijf over vijf en aan de andere kant half elf.’

Nou verkeer ik al heel wat jaren in Den Haag en op alle flauwe kul in het Haagse gemeentehuis kan ik zolangzamerhand afstuderen, maar zó’n onzin had ik nog nooit gehoord.
‘Dat kan niet’, zei ik rustig.
‘Dat kan wel’, zei de ambtenaar, ook heel rustig.
‘Maar waarom dan?’, zei ik.
‘Omdat het een gemeentelijke klok is’, zei de ambtenaar. ‘En de gemeente heeft hier in Den Haag altijd gelijk. Dus ook de klokken. Hoezeer de bewoners daar dan ook anders over mogen denken.
‘O, dat mag dus nog wel’, zei ik bitter. De Hagenaars mogen daar nog wel anders over denken?’
‘Jawel’, zei de ambtenaar. ‘Nu nog wel. Maar binnenkort gaat er een gemeentelijke brief de deur uit waarin staat, dat alleen de gemeente nog maar met haar tijd meegaat. En dat alle Haagse inwoners niet meer van deze tijd zijn.’

Toen ik weer uit mijn dutje ontwaakte, zag ik dat de klok op de schoorsteenmantel  twee voor twaalf aanwees.
Was dat nou een tijd van komen? Of van gaan?
Ach. Wat zit ik toch te mopperen. Mijn tijd zal het wel duren.
Geplaatst op: Vrijdag 11 oktober 2013 om 08:28 uur
1793420
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld