Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hoe schrijf je eigenlijk een column?

‘Hoe schrijf je eigenlijk een column?’, vroeg ik laatst aan mijn smartphone. Want tegenwoordig kan dat. Praten tegen je smartphone. En dan geeft hij nog antwoord ook.

Mevrouw Pasgeld was laatst een paar dagen met een vriendin in Boedapest. Op zeker moment waren ze verdwaald. Geen nood. Die vriendin haalde haar smartphone tevoorschijn en riep daar wanhopig in: ‘Waar is ons hotel?’. Waarop de smartphone antwoordde: ‘Hier eerst rechtdoor. Dan de tweede straat links en bij het postkantoor rechts’. Bovendien liet hij op een plattegrondje op zijn schermje de route zien.

Dat vertelde mevrouw Pasgeld toen ze weer thuis was en daarna ben ik ook van alles aan mijn smartphone gaan vragen. Het is verbazingwekkend hoeveel mijn smartphone weet. Veel meer dan ik in ieder geval. Dus voordat ik me aan deze column zette vroeg ik aan mijn smartphone: ‘Hoe schrijf je eigenlijk een column?’. Want voordien deed ik eigenlijk altijd maar wat. Ik schreef gewoon op wat me inviel en dat viel de ene keer wel eens wat beter uit dan de andere keer.

De smartphone schraapte zijn keel. Want dat kunnen smartphones ook al. Dan zet-ie z’n toepasselijke algoritmen-series even op een rijtje, bekijkt of het een gebruikelijke vraag is of niet en zo niet… dan schraapt hij z’n keel.

‘Ahum’, zei hij, en wachtte even. En toen: ‘Weet je wat? Als je met deze column begint, doe je net alsof je van niks weet. Je presenteert jezelf als een bescheiden mens. Daar houden je lezers van. Die moeten niks hebben van praatjesmakers. Zodra ze maar even door hebben, dat je uit je nek zit te kletsen, houden ze op met lezen en gaan ze wat anders doen’.

‘Dat is allemaal leuk en aardig’, zei ik. ‘Maar hoe begin je dan?’

‘Dat is niet zo moeilijk’, zei hij en vergat z’n keel te schrapen. ‘Je begint bijvoorbeeld gewoon met de zin: ‘Hoe schrijf je eigenlijk een column?’. Dat intrigeert. Dat willen de lezers weten. Want veel onder hen willen eigelijk zelf ook wel eens een column schrijven. En als jij nou begint met: ‘Hoe schrijf je eigenlijk een column?’ dan lezen ze wel verder. Want daar zijn ze benieuwd naar.

‘Maar dat heb ik zojuist al gedaan’, riposteerde ik verontwaardigd. ‘Deze column ben ik zojuist zèlf al begonnen met: ‘Hoe schrijf je eigenlijk een column?’.

‘Nietes!’, riep mijn smartphone nu op hoge toon. Want dat kunnen ze ook al. Als de algoritmen-series in de smartphone wijzen op tegenspraak gaat automatisch de hoge toon aan.
‘Nietes!’, zei hij weer. ‘Want zonet schreef je: ‘Dus vóórdat ik me aan deze column zette, vroeg ik aan mijn smartphone: ‘Hoe schrijf je eigenlijk een column? Ja of nee?’.
Ik ontkende. Waarop we slaande ruzie kregen.

Het liep slecht af. Ik was sterker dan mijn smartphone en smeet hem keihard tegen de muur aan diggelen. ‘Auw, auw’, hoorde ik z’n algoritmenseries nog mompelen voor hij stierf.

Geeft niks, dacht ik. Volgende keer verzin ik zèlf wel weer iets voor mijn column.
 
Geplaatst op: Donderdag 17 mei 2018 om 08:26 uur
1416833
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld