Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hoed

Mevrouw Pasgeld was met een vriendin een weekje in Spanje geweest en bracht een hoed voor me mee. Een sjieke hoed. Donkerbruin. Ze wist dat ik altijd al zo’n hoed had willen hebben. Al was het alleen maar omdat Ronald Plasterk en Leonard Cohen ook zo’n hoed hebben. Toen ik hem opzette zei iedereen dat hij me vreselijk goed stond maar zelf moest ik er nogal aan wennen en het duurde een paar dagen voordat ik me ermee op straat vertoonde.

De hoed kwam me al direkt goed van pas.
Want voor de Haagse afdeling van GroenLinks moest ik tijdens de jaarlijkse ledenvergadering ‘de kussens eens flink opschudden’. Zo noemde Jeannine Molier dat tenminste toen ze me daartoe uitnodigde. Ik vroeg haar of het ook goed was als ik niet alleen de kussens deed maak ook de bezem er eens flink doorheen haalde En dat vond ze ook prima. Dappere meid, die Jeannine.
Dus mestte ik de stal bij GroenLinks eens flink uit. Daarbij geholpen door mijn nieuwe hoed.

Dat ging alsvolgt:
Eerst memoreerde ik steeds wat GroenLinks indertijd vóór de gemeenteraadsverkiezingen had beloofd en daarna zette ik mijn hoed op en vertelde wat er daarvan in werkelijkheid terecht was gekomen.
Bijvoorbeeld: ‘GroenLinks was vlak voor de verkiezingen tégen een cruise-terminal’ en dan (met de hoed op): ‘In de afgelopen collegeperiode stemde GroenLinks vóór een onderzoek naar een cruise-terminal’.
Nadat ik op die manier een paar treffende voorbeelden -van wat in de politiek zo mooi ‘veranderend inzicht’ wordt genoemd maar in werkelijkheid gewoon kiezersbedrog heet- de revue had laten passeren, hoefde ik na het noemen van een verkiezingsbelofte alleen nog maar die hoed op te zetten. De aanwezigen wisten dan vanzelf al, zonder dat ik iets hoefde te zeggen, hoe laat het was. En ze zaten nog te lachen ook om hun eigen draaikonterijen.
Hetzelfde had ik natuurlijk bij ledenvergaderingen van welke andere partij dan ook kunnen doen. Zo stel ik me voor dat ik dan bij de PVV mijn hoed niet eens hoef af te doen. Helaas heeft de PVV noch het lef noch de leden om mij voor zoiets uit te nodigen.
Maar genoeg over de politiek. Ik wilde er alleen maar mee zeggen hoe blij ik was met mijn hoed.

Dat werd anders toen ik mijn kleinzoon Jurre (9) van school moest ophalen. Met mijn hoed op stond ik om drie uur ’s middags bij de ingang van de school te wachten tot hij kwam. Maar wie ook, geen Jurre.
Toen iedereen uit was liep ik maar eens naar binnen omdat hij misschien moest nablijven. Maar ook binnen geen Jurre. Met een ongerust hart liep ik naar ons huis dat niet ver van de school staat.
En kijk. Daar zat-ie al. Voor de deur.
‘Je bent er al!’, riep ik.
Ja opa’, zei hij terwijl hij me met een vies gezicht aanstaarde.
‘Zag je me niet staan?’ vroeg ik. ‘Had je niet even op me kunnen wachten?’
‘Ja opa’ zei hij. ‘Ik zag je direct al staan. Maar ik wil niet naast je lopen als je zo’n idiote hoed ophebt. Dan geneer ik me dood. Dus ben ik maar omgelopen en in m’n eentje naar huis gegaan.’
Geplaatst op: Vrijdag 26 november 2010 om 10:36 uur
1824848
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld