Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hole in one

Tot mijn grote verbazing vind ik het nog steeds leuk op de golfbaan. Ruim twee jaar sla ik nu regelmatig met een stok tegen een balletje en dat komt steeds verder. Vaak 150 meter. Soms zelfs 200 meter. En een enkele keer zelfs in de goeie richting. Want dat is het natuurlijk weer wel. Hoe verder je slaat hoe groter je afwijking naar links of naar rechts.

Ik blijf het een wonderlijke bezigheid vinden. Golfen doe je omdat je tegen een balletje wilt slaan. Maar eenmaal op de fairway dien je juist zo min mogelijk tegen het balletje te slaan. Want dat, zo bleek me na een half jaar oefenen, is de bedoeling van golf: zo min mogelijk tegen een balletje slaan. Eigenlijk is het het mooist als je maar één keer tegen het balletje hoeft te slaan. Dat is me tot nog toe slechts eenmaal gelukt. Op de par-driebaan weliswaar. Maar toch. Ik wist niet wat me overkwam. Ik sloeg af. Daar ging het balletje. Zo’n mooi, klein, wit balletje tegen een strakblauwe lucht. U kent dat wel van de tv. Je houdt je adem in. Zo mooi is het. En daar kwam het met een plof op de green terecht. Het rolde even door in de richting van de hole. En ineens was het weg! Jammer, dacht ik eerst. Want ik had nog wel een paar keer op de green met mijn putter tegen het balletje willen slaan. Ja. Daarvoor was ik immers gekomen. Om balletjes te slaan.
Maar ineens begon mijn buurman, want daarmee was ik gaan golfen, enthousiast te schreeuwen en in zijn handen te klappen. ‘Hoolinwan, hoolinwan!’, riep hij. Ik vroeg of ik nu in aanmerking kwam voor een prive-parkeerplaats met mijn naam erbij op het parkeerterrein van de golfclub. Maar dat bleek alleen in  Wassenaar als je daar een hole-in-one slaat op de 18-holesbaan tijdens een wedstrijd met twee officiele getuigen.

Mevrouw Pasgeld golft nu ook. Regelmatig zijn wij dus nu samen in de rough te vinden. Daar schuiven we dan takken opzij of roeren met onze clubs in het gewas om naar balletjes te zoeken. Of we staan langs de waterkant balletjes uit het water te vissen met een speciale, uitschuifbare balletjeshengel. Want dat is ook weer zo’n nadeel van ver slaan. Met mijn –4 glazen in mijn bril zie ik niet meer goed waar ze terecht komen. Dan zou ik toch zweren dat het balletje tien meter voor die grote treurwilg daar verderop terecht is gekomen. Maar als je daar dan, na een flinke sjokpartij bent aangekomen ligt er niets. He-le-maal niets. Het lijkt dan wel of Onze Lieve Heer als straf persoonlijk dat balletje vlak voor je neus heeft weggegraaid omdat je de hele week niet genoeg aan Hem hebt gedacht. Vroeger liet ik dan gewoon onopvallend een nieuw balletje vallen, dat ik speciaal voor dat doel in mijn broekzak had gedaan, en riep heel hard: ‘Ja. Gevonden!’ Maar dat blijkt tegen de regels te zijn. Zelfs als niemand het ziet. En ach. Wat kan mij het ook eigenlijk schelen. Meestal schijnt de zon. Ik ben in beweging. En zo vergeet ik dan dikwijls wat ik aan het zoeken was, omdat er ineens een haas vlak voor mijn voeten wegschrikt of omdat er in de lucht een grote schare ganzen voorbijtrekt.

Ik vind het erg leuk om met mevrouw Pasgeld te golfen. Ook op de golfbaan blijken we goed met elkaar overweg te kunnen. Als een van ons vijf keer achter elkaar in de bunker heeft geslagen komen we niet in de verleiding om daar grapjes over te maken. Ook bij een diagonale afslag van pakweg 2,5 meter ver houden we ons lachen goed in.
Maar het moet me op deze plaats toch even van het hart, dat ze, hoewel ze een jaar later dan ik met golfen is begonnen, vorige week van me heeft gewonnen. Kijk. Dat moeten we natuurlijk niet hebben.
Geplaatst op: Vrijdag 23 augustus 2013 om 11:05 uur
1793432
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld