Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hoogbouw in Den Haag

(Uitgesproken tijdens het milieucafe van het Haags Milieucentrum in het Atrium van het Haagse stadhuis op 20 januari 2009)

Den Haag staat aan de vooravond van een ingrijpende koerswending. De komende paar jaren zullen gaan uitwijzen wat het wordt:
Òf een beschaafde, vooruitstrevende, groene stad met voornamelijk laagbouw, gelegen achter een prachtig duingebied. Een moderne stad dus, waar de belangen van de bewoners voorrang krijgen. Zoals dat hoort.
Òf een megalomane, schreeuwerige stad waarvan je de hoogbouw vanaf Amersfoort en Harwich al op je af ziet komen. Waar de leefbaarheidspartijen de komende decennia in tal en last zullen groeien. En waar de centen in de gemeenteraad al verdeeld zijn tussen projectontwikkelaars en andere geldjagers, lang voordat de inwoners daar ook maar iets over te zeggen krijgen.

Een maand geleden heeft onze Lieve Heer zelve, drie plekken in Den Haag aangewezen waar projectontwikkelaars ongebreideld hun gang mogen gaan. Ze mogen daar zo hoog bouwen als ze willen. Namens wie zijn die drie plekken aangewezen? En waarom juist drie? En geen vijftien? Of zeven? Of nog mooier: waarom geen nul?
Afgezien van die drie plekken heeft de Almachtige Schepper de rest van Den Haag onderverdeeld in delen waar de nieuwbouw ook omhoog kan. Maar niet onbeperkt. Er mag daar tot vijftig meter hoog worden gebouwd. Met uitschieters. Die niet nader worden benoemd. En tenslotte wordt gedecreteerd dat op weer andere plekken mag worden gebouwd tot vijftig meter zonder uitschieters.

Natuurlijk heeft onze Lieve Heer dat allemaal niet gedaan. Dat heeft het college gedaan. Maar omdat Onze Lieve Heer zijn schepselen ook altijd in het ongewisse laat waar het de voortgang betreft moest ik aan Onze Lieve Heer denken. Begrijpt u wel?
Drie plekken waar ze zo hoog mogen bouwen als ze maar willen. Hebben ze u, in deze aller- allerbelangrijkste stedelijke kwestie van de afgelopen en de komende twintig jaar eigenlijk al gevraagd wat u ervan vond?

Maar er is troost.
Pasgeld biedt u de volgende oplossing:
Ruim voordat het college een bouwplan, hoger dan 10 meter, laat realiseren, dienen de volgende cijfers en indexen te worden overlegd aan de omwonenden in een straal van 800 meter.
a. Het schaduwpercentage. Dat is het percentage schaduw, dat er over het gehele jaar genomen, gemiddeld per etmaal meer zal zijn, dan dat er voor de realisatie van het bouwplan was.
b. De tocht-coëfficent. Dat is het cijfer, dat de toename van de tocht aangeeft na de realisatie van het bouwplan.
c. Een vallende-voorwerpenclausule. Dat is een garantie van de gemeente, dat alle schade door vallende voorwerpen uit de te realiseren bouw, materieel zowel als immaterieel, voor honderd procent door de gemeente zal worden vergoed.
d. Een geluiden-index. Dat is een inventarisatie van alle geluiden, zoals daar zijn: gefluit, gezoem, gekraak, geschreeuw zowel als muziek van boven- beneden- en naaste buren, gebonk, gehijg en al het andere geluid, dat er nog niet was vóór de realisatie van het bouwplan maar er mogelijk daarna wél is.
e. De depri-factor. Bij ieder bouwproject, hoger dan 40 meter, zal met behulp van het EPD, het Electronisch Patientendossier, de toename van depressieve klachten van omwonenden binnen een straal van 2,5 kilometer worden gemeten. Deze depri-factor, uitgedrukt in het aantal gevallen per hectare, binnen een straal van 2,5 kilometer van het bouwproject, zal iedere keer aan alle omwonenden van een nieuw bouwproject, hoger dan 40 meter moeten worden voorgelegd.
Na zorgvuldige en eerlijke consultatie van de cijfers en indexen zoals zojuist genoemd onder a tot en met e, zullen bewoners en omwonenden, zijnde de uiteindelijke echte belanghebbenden, dan tenslotte een doorslaggevende stem hebben in de goedkeuring van de bouwplannen.

Zó zou het moeten gaan in een stad die z’n inwoners respecteert Zó zou het moeten gaan in een stad die dolgraag het Huis van de Democratie binnen z’n gemeentegrenzen wil halen.
Maar nee. In het Den Haag van vandaag gaat het net andersom. Eérst bepaalt het college zelf de de plekken, de hoogte en het aantal. En als de hoogbouw er dan eenmaal staat mogen de bewoners de schaduw, de herrie, de tocht en de depressiviteit zelf vaststellen.
Dank u wel heer Norder, voor de bijzondere wijze waarop u uw taak opvat. Ik geloof niet in God. Maar als God onverhoopt toch blijkt te bestaan, moet ú dat wel zijn.
Geplaatst op: Zondag 25 januari 2009 om 15:22 uur
254478
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld