Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hoogtevrees

Onder het motto: “Vakantie? Leer dan eerst je eigen omgeving eens wat beter kennen”, beklommen mijn kleinzoon (16) en ik (74) -steeds als hij bij ons op bezoek was- diverse torens in de buurt.
Zo beklommen we tijdens zijn vorige bezoeken de uitkijktorens van de Flaauwers Inlaag in Duiveland (15 m.) en Oranjezon op Walcheren (18m), de Plompetoren (23 m) nabij het verdronken dorp Koudekerke en de kerktoren van Nisse (35 m)
Deze keer was de toren van de Oude Kerk in Veere aan de beurt. Die is 52 meter hoog.

De toenemende hoogtes in deze opsomming nopen mij om hier –vanwege de eerlijkheid- te melden, dat zowel mijn kleinzoon als ik in ernstige mate aan hoogtevrees lijden. En dat wij op deze wijze proberen niet voor elkaar onder te doen in onze strijd om de beheersing over onze beperkingen.

De opgang in die toren in Veere vangt aan met een stenen wenteltrap die vooral ik in het begin veel te snel besteeg waardoor ik mijn kleinzoon, die voorop liep, al snel amechtig hijgend moest verzoeken even halt te houden bij het eerste zijraampje. Daar wierpen we een blik naar buiten. Recht naar voren en niet naar omlaag. En lieten elkaar weten, dat het allemaal best meeviel.
Met steeds onvastere knieën bereikten we na zo’n 100 treden de eerste verdieping waar onze aandacht meer in beslag werd genomen door de maquette van Veere die daar stond opgesteld dan door het echte Veere dat je door de raampjes buiten in de diepte kon zien liggen.
Nadat ik was uitgehijgd zei ik dapper: ‘Kom. We gaan weer eens verder’. En dat deden we in arren moede. Mijn kleinzoon nog steeds voorop wegens het idiote idee, dat ik hem dan zou kunnen opvangen als hij per ongeluk ten val zou komen.

Bijna bovenaan waren er nog twee houten trappen te gaan. De enorme balkencontructies boven onze hoofden werden spaarzaam verlicht door willekeurig aangebrachte lampen. In donkere hoeken leken geheimzinnige wezens al vanaf 1472 -het bouwjaar van de kerk- in diepe slaap verzonken. Volgens mij konden ze ieder moment wakker worden onder het uitslaan van afschuwelijke kreten, maar dat had natuurlijk niets met onze hoogtevrees te maken maar meer met mijn eigen andere, onverwerkte trauma’s.

En toen was het grote moment daar. De laatste treden naar boven leidden ons naar een cirkelvormig platform in de open lucht. In het midden van dat platform stak een ronde paal naar boven waarop een schitterdend, goudkleurig galjoen uitstak dat hierboven veel groter leek dan beneden. Angstvallig hielden mijn kleinzoon en ik ons stevig vast aan de paal in het midden. Niets leek ons ertoe te kunnen bewegen iets meer naar de rand van het platform te lopen, waardoor ons uitzicht enorm zou zijn toegenomen.
‘Ik voel me hier nogal instabiel onder mijn voetzolen’, bekende mijn kleinzoon openhartig. Ik had het, voor wat betreft mijn vloeibare gevoel onder mijn eigen voetzolen, niet beter onder woorden kunnen brengen en beaamde zijn woorden. Zodat hier, ruim 50 meter boven N.A.P. toch een zeker gevoel van saamhorigheid ontstond.

Nadat we de bovenste trap voorzichtig, met onze gezichten naar de treden gekeerd, weer afdaalden volgden de overige 225 treden als vanzelf. Halverwege begon mijn kleinzoon alweer praatjes te krijgen hetgeen bij mijzelf pas plaats vond toen ik vaste grond onder de voeten had.

Benieuwd hoe hoog we de volgende keer moeten.
 
Geplaatst op: Donderdag 17 augustus 2017 om 09:24 uur
1279080
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld