Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Horen we eigenlijk wel bij elkaar?

Vorige week gingen mevrouw Pasgeld en ik naar de supermarkt. We waren nog niet binnen of we werden aangesproken door een medewerker die de duwstangen van de winkelwagentjes aan het ontsmetten was.
‘Horen jullie bij elkaar?’, vroeg hij
Verbaast keken mevrouw Pasgeld en ik elkaar aan. Hoorden wij bij elkaar? Daar hadden we eigenlijk nooit zo bij stilgestaan. Ja, soms. Eén of twee keer per jaar vroegen we ons dat wel eens af. Tijdens een fiks meningsverschil bijvoorbeeld. Maar dat komt in de beste huwelijken voor. Maar doorgaans? Nou het ons zo nadrukkelijk werd gevraagd hadden we het gevoel dat we rustig ‘ja’konden zeggen.
‘Ja’, zei ik dus.
‘Dan mag u niet samen naar binnen’, was het antwoord.
Krijg nou wat, dacht ik en ik vroeg: ‘Waarom niet?’.
‘Regels’, was het antwoord. ‘Als je bij elkaar hoort mag je niet samen naar binnen in een supermarkt. Vanwege het coronavirus’.
Mevrouw Pasgeld, die inmiddels heel goed weet, dat ik graag discissiëer, liep alvast met een winkelwagentje naar binnen en verdween uit het zicht.
‘Wat raar’, zei ik tegen de medewerker. ‘Dus je mag, als je bij elkaar hoort niet meer samen boodschappen doen’.
‘Inderdaad’, zei de medewerker.
‘Dus dan mag ik bijvoorbeeld wèl samen met mijn ex boodschappen doen, om maar iemand te noemen. Want mijn ex en ik horen niet meer bij elkaar. Al ruim veertig jaar niet meer’.
Na een paar ogenblikken stilte bracht de medewerker uit: ‘Het enige wat ik van u vraag is uw medewerking in deze moeilijke tijden’.
Ondertussen drong het tot me door, dat mevrouw Pasgeld in de hectiek van de gebeurtenissen vergeten was een scanner te pakken voordat ze de winkelruimte betrad. Als we samen boodschappen deden pakte ik die scanner altijd en scande de producten voordat ik ze in het wagentje legde.
Ik vertelde dat aan de medewerker en zei: ‘Weet je wat?, Ik pak snel even een scanner, rep me door de winkel om die scanner aan haar te overhandigen en kom direct weer terug. Dat mag toch zeker wel?’.
‘Eigenlijk niet, zei de medewerker.
‘Eigenlijk niet? Eigenlijk niet?’, herhaalde ik met de nadruk op ‘eigenlijk’ omdat ik voelde, dat er met dat ‘eigenlijk’ toch enige ruimte geschapen werd, maar dat hij vreesde dat ik misschien een smoesje had verzonnen om, eenmaal binnen, toch samen rustig op ons gemak de boodschappen te kunnen doen.
‘Nou, vooruit’, zei hij.
Waarop ik snel een scanner uit het scannerbord nam. Het was even zoeken. Maar al gauw vond ik mevrouw Pasgeld bij de vitrine met Parmezaanse kaas. Daar overhandigde ik haar de scanner en voegde me daarna weer snel bij de medewerker om me te melden.
‘Bedankt voor uw begrip’, zei hij.
‘En u bedankt voor de uitzondering die u voor ons hebt gemaakt’, zei ik.
Want als het er op aan komt horen mevrouw Pasgeld en ik bij elkaar.
Zèlfs in de supermarkt.
 
Geplaatst op: Donderdag 5 november 2020 om 08:20 uur
1863189
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld