|
Houden we het droog vandaag?
(Uit: Branding, januari 2007)
Op de Lekdijk ter hoogte van Opperduit ontmoetten wij op een van onze zondagse wandelingen een heer die zich kwiek voortbewoog met lange stokken en een lichtgevend rugzakje. “Goedemorgen”, groette ik beleefd. “Kunt u mij zeggen waar deze weg ons heenvoert?” Dat was aan geen dovemansoren gezegd. Onmiddellijk hield de man in, gooide zijn Nordic-walking carbon-poles met verwisselbare asfaltdoppen in de berm, gespte zijn Ortlieb-flight rugzakje af en haalde er diverse apparatuur uit. Vervolgens deed hij een koptelefoon op en zocht op mysterieuze wijze het landschap af met diverse kijkertjes, richtantennes en GPS-apparatuur. Na ongeveer vijf minuten mompelde hij iets, typte wat in op een handig laptopje dat inmiddels ook uit het rugzakje tevoorschijn was gekomen en sprak: “Ook goedemorgen. Als u deze weg gedurende 2823,571 meter in oostnoordoostelijke richting volgt, geraakt u te Bergstoep, een buitenwijk van Bergambacht. Na weer 1214,613 meter passeert u Ammerstol en na nog eens 3312,072 meter komt u via het gehucht De Hem in Schoonhoven aan. Wilt u nog meer weten?” “Nee, dat was het zo ongeveer. Dank u vriendelijk”, zei ik. Maar ik zag direct dat ik hem teleurstelde. Dus ik vroeg: “Wat denkt u? Houden we het droog vandaag?” Opnieuw inspecteerde de man de inhoud van zijn rugzak, kwam met nieuwe apparatuur op de proppen, installeerde een draagbaar windmetertje en raadpleegde een schattig, opvouwbaar blue tooth weerstationnetje. “Zon op 8:28, zon onder 9:54”, sprak hij. “Luchtdruk 1009 millibaar, snel zakkend naar pakweg 917 over pakweg anderhalf uur. Atmosferische vochtigheidgraad 65 procent. Maar stijgt feitelijk wel onrustbarend. Verschil tussen werkelijke temperatuur en gevoelstemperatuur 1,16 graden celsius. Hmm. Ik denk het niet.” “Wat?”, vroeg ik. Want ik was de draad even kwijtgeraakt. “Ik denk niet dat we het droog houden”, zei de man. Mevrouw Pasgeld was intussen begonnen met de inspectie van alle high-tec die inmiddels op het gras van de Lekdijk lag uitgestald. “Heeft u ook iets waarmee men de wenkbrauwen kan epileren?”, vroeg ze belangstellend. Dat kon de man niet waarderen. “U moet wel bedenken dat met deze spullen levens kunnen worden gered als de nood aan de man komt”, zei hij verontwaardigd. We lieten na te informeren welke levensgevraalijke situaties hij tussen Opperduit en Bergstoep voor ogen had die met de kennis van het exacte aantal millibaren en de precieze hoeveelheid atmosferische vochtigheden bezworen zouden kunnen worden. En maakten aanstalten weer eens op te stappen. Mevrouw Pasgeld maakte ons attent op een richtingaanwijzer die een eindje verderop stond. ‘’Bergstoep 3, Ammerstol 4, Schoonhoven 5,5’ stond erop. Ik kon niet nalaten mijn rechterwijsvinger te bevochtigen door hem in mijn mond te steken en hem vervolgens naar het zwerk boven ons te priemen. “Hmm”, zei ik. Ik heb de indruk dat de wind wat aanwakkert vanuit die donkere wolken daar. Ik geloof nooit dat we het droog houden”. “Mooie rugzak”, vervolgde ik om toch nog iets aardigs tegen de man te zeggen. “Die moet zeker duur zijn geweest. “Ho- ho- honderdvijftien euro”, stamelde de man. “Goh”, zei mevrouw Pasgeld, die kennelijk geen behoefte had iets aardigs te zeggen over de schitterende verworvenheden van deze tijd . “Goh, wij doen de dingen die we onderweg nodig denken te hebben gewoon in de zakken van onze windjacks. Eten bijvoorbeeld. We hebben broodjes kaas en pakjes chocomel bij ons. Wilt u ook wat? Loop voor de gezelligheid een eindje met ons mee.” “Ja,”, zei de man. “Graag”. Maar eerst begon hij met zijn categorie-D wandelschoenen te dansen op z’n Nordic-rubber/carbon-outfit, zijn satellietplaatsbepalingssysteem, zijn richtapparatuur en z’n opvouwbare weerstationnetje tot er geen spaan meer van heel was. Toen hij ter hoogte van Ammerstol een broodje kaas achter de kiezen had zuchtte hij: “Hè, hè. Dat scheelt.”
Geplaatst op: Vrijdag 19 januari 2007 om 17:41 uur
|
414188
bezoekers |