|
Ik hou van vis
Tot voor kort at ik iedere week met mijn goede vriend Paul Waayers een haring in het stalletje op het Buitenhof. Zonder uitjes. Heerlijk. Geen enkel probleem. Vis aan de staart. Hoofd achterover. En dan zachtjes bijten om het romige spierweefsel in hapklare partjes door de slokdarm te laten glijden. Welk een extatisch genot. ‘Zullen we er nog een nemen, Julius’, zei Paul dan. En dat deden we. Wat een simpel genoegen.
Maar dat is nu wel ander geworden. Ik heb me namelijk eens grondig verdiept in de duurzame visserij. En nu wil ik van Martin Buutveld, de haringboer op het Buitenhof, eerst van alles weten over onze harinkjes. ‘Deze pelagische vissoort is toch wel gevangen volgens de span-zegenmethode?’, vraag ik hem terwijl ik hem dwingend in de ogen blik. ‘Je weet toch wel, Martin. Volgens de staandewantmethodiek. Waarbij de zegen als een gordijn in het water hangt met gewichten aan de onderste kant en praalwagens aan de bovenste. Nou? Nou?’ ‘Dat weet ik niet hoor’, zegt Martin dan. ‘Mijn haringen zijn, dacht ik, voorzien van het Marine Stewardship Counselkeurmerk. En voor de rest zal het me worst wezen’. Dat is een wat merkwaardige uitspraak voor een haringboer. Maar Brabantse varkensfokkers kweken tegenwoordig inplaats van varkens herbivore meervallen. Dus enige branchevervaging mag Martin niet kwalijk worden genomen. ‘Aha’, roep ik opgelucht. ‘Een MSCkeurmerk’. ‘Prachtig. Maar welke garantie heb ik, dat deze parel van de atlantische oceaan geen verholen pacifische sprot is? Of een asielzoekende rolmops? Of een Chinese bokkes? Nou? Nou?. En wie garandeerd me dat mijn zilveren knuffel-schubje niet via de snurrevaad methodiek met het ankerzegen medogenloos en nietsontziend door lijnen en touwen is opgejaagd? Of als bijvangst per abuis in de verkeerde visafslag terecht is gekomen?’ ‘Ik zou het niet weten’, zegt Martin. ‘En eet je haring nou op want anders bederft-ie nog na al die duurzame oplossingen voor overbevissing.’ Maar eenmaal bezig met het instandhouden van de natuurlijke hulpbronnen weet ik van geen ophouden. ‘Ik zie, dat je ook koolvis in je kraam hebt. Komt die wel uit Alaska? En die forel daar? Weet jij wel dat vissen die gekweekt zijn in intensieve recirculatiesystemen per kilo zeven kilo wild gevangen vis opeten? Nou? Nou? Dat wist jij niet he? En daar? Wat zie ik daar naast die forel liggen? Is dat geen tong? Wist jij, dat per kilo gevangen tong acht kilo andere dode vis gewoon weer overboord wordt gekieperd? Nee he. Dat wist jij ook niet he? Nou. Ik weet het wel. Sinds kort. En ik kan je zeggen: ik hield van vis. Ik hield ongelooflijk veel van vis. Laatst heb ik nog een kleine mossel geadopteerd die geen ouders meer had. En heb ik nog een Schotse Sint Jacobsschelp gered vlak voordat iemand op het punt stond zijn witte, rolronde sluitspiermassa met een mes los te maken door hem onder in de buitenste rand te snijden alvorens hem levend te stomen. Gisteren nog heb ik mijn goudvis een kom met 250 liter water gegeven. Jawel. Want goudvissen kunnen wel 30 tot 40 jaar oud worden. Maar in een te kleine kom nokken ze al na een paar weken af. Nee. Ik ben de laatste van wie je kon zeggen dat-ie niet van vis hield. Maar nu. Met al die viswijzers, die continueerbare exploitatie van onze natuurlijke hulpbronnen en al dat respect voor het leefmilieu....ik krijg er geen hap meer van door mijn keel.
Geplaatst op: Vrijdag 28 maart 2008 om 09:48 uur
|
383380
bezoekers |