Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Jehova`s aan de deur

Zaterdagochtend. Ik ben nog in mijn ochtendjas. Tringgg! Daar gaat de deurbel.
Ik doe open en zie een dame met een exemplaar van De Wachttoren in haar hand en een jongetje van een jaar of 12 naast haar, dat wat schaapachtig naar me staat te grijnzen.
‘O, ik stoor zeker’, zegt de dame.
‘Nee hoor’, zeg ik. ‘Maar als u last heeft van mijn ochtendjas moet u het zeggen.’
‘Nou, nee hoor’, zegt ze. ‘Ik wil het met u hebben over de toekomst. De toekomst van de wereld in het algemeen. En die van u in het bijzonder’.
‘Kunt u niet eerst gewoon gewoon zeggen dat u van de Jehova’s bent alvorens met mij over de toekomst te beginnen? Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben’.
‘O, ik dacht dat u dat al begrepen had’, repliceert ze bij wijze van verontschuldiging.
‘Jawel’, zeg ik. ‘Maar voordat Jehova’s het hemelse licht mogen aanschouwen, lijkt het me logisch dat ze zich hier op aarde eerst eens aan de algemeen gangbare regels van fatsoen onderwerpen. Door zich bijvoorbeeld gewoon voor te stellen’.

Heerlijk vind ik dat. Jehova’s aan de deur. Ik maak er altijd een sport van om ze met open armen te ontvangen voordat ik ze in de zijk zet. Ooit was ik voorzitter van het curatorium van de enige hoogleraar in Nederland die zich bezig hield met sektes (niet-institutionele religies). Dat was Meerten ter Borg. Die helaas een half jaar geleden het tijdelijke voor het eeuwige heeft moeten verruilen. Meerten kon fantastische colleges geven. Vooral het college waarin hij 30 overeenkomsten tussen voetbalsupporters en sekteleden aan de orde stelde was zo beroemd, dat tientallen studenten dat college staand moesten volgen omdat er geen zitplaatsen meer waren.
Ik wil er allen maar mee zeggen dat ik niet helemaal in het duister tast als het om sektes gaat.

‘Hoeveel Jehova’s zijn er nu op wereld?’, vroeg ik de dame aan de deur.
‘Acht miljoen’, zei ze.
‘Maar hoe zit het dan met het getal 144.000?’, vroeg ik. ‘In de bijbel staat dat de wereld zal vergaan als het getal van 144.000 vol is. Als er dus 144.000 echte gezalfde, gelovige Jehova’s zijn, is het einde verhaal. Maar er zijn nu dus al acht miljoen Jehova’s. En de wereld is nog steeds niet vergaan. Hoe zit dat? Er zijn dus een heleboel nep-Jehova’s. En hoe zit dat eigenlijk met ú? Bent ú wel een echte gelovíge?’.

Maar die mevrouw voor de deur was niet voor een gat te vangen. Ze begon over het verschil tussen gezalfden en gewone gelovigen. En dat twijfel ieders deel is. En dus ook de hare.
Bij echte, halstarrige Jehova’s geef ik me op zo’n moment over. Ik geef te kennen, dat ik graag bij de Jehova’s zou willen horen, maar dat ik heb horen verluiden, dat dat volgens de leerstellingen alleen maar kan als je vruchtbaar bent.
‘En dat ben ik niet meer’, zeg ik en toon een brief van het ziekenhuis die ik voor dat doel steeds naast de kapstok heb hangen. In die brief staat dat er na onderzoek bij mij ‘geen levende spermatozoom in het ejaculaat is aangetroffen’.
Als ze die brief zien haasten de Jehova’s zich te verklaren dat hun bekering tevergeefs is geweest en vertrekken spoorslags naar hun volgende slachtoffer.

Omdat dat jongetje van 12 erbij was, zag ik deze keer af van die vertoning. Maar ik bracht wel in het midden dat ik het erg spijtig vond, dat ze haar zoon zo geïndoctrineerd had, dat hij zich kennelijk gedwongen voelde, haar op haar moeizame queeste te vergezellen.
‘Dat is mijn zoon niet’, zei ze. ‘Dat is ook een Jehova-getuige’.

Pas toe werd ik echt boos. En smeet de deur voor haar neus dicht.
Volgens Meerten ter Borg zijn Jehova’s dat echter wel gewend en moet zo’n jongetje daar maar ook gauw aan wennen.
 
Geplaatst op: Donderdag 7 juni 2018 om 08:25 uur
1405882
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld