|
Kunt u zich legitimeren?
Laatst droomde ik, dat ik op de Laan van Meerdervoort werd aangehouden door drie hele grote politieagenten. Zij zeiden: “Goedemiddag meneer Pasgeld. Wilt u zich alstublieft even legitimeren?”
“Natuurlijk”, zei ik. “Na u. Legitimeert u zichzelf eerst maar eens”. “Waarom?”, vroegen ze. “Nou”, zei ik. “Iedereen in zo’n apenpakkie kan wel zeggen dat ie bij de politie is”. “Zegt u dat nog eens”, zeiden de agenten alledrie tegelijk. Ze leken wat dat betreft net de neefjes Kwek, Kwek en Kwak. “Ik zei dat iedereen in zo’n apenpakkie wel kan zeggen dat ie bij de politie is”. “Dat is belediging van ambtenaren in functie, meneer Pasgeld”. “Nee,”zei ik. “Dat is het pas als gebleken is, dat u ambtenaren in functie bent. En dat is pas het geval als u zich hebt geidentificeerd”. Daar was geen speld tussen te krijgen. Ze keken elkaar aan en wisten het even niet meer. Dat was waar ik ze wilde hebben. Ik zei: “Bovendien bent u daar toch in getraind?” “Waarin”, vroegen ze alledrie tegelijk. “Nou”, zei ik. “Om beledigingen te incasseren. Dat weet ik toevallig. In uw opleiding wordt u daarin getraind door specialisten in beledigingen. Ikzelf heb me ooit ook eens opgegeven als specialist. Maar toen was ik nog niet goed genoeg. Nu wel. Denk ik. Ze hebben u getraind om u een beetje als een kerel te gedragen. Om niet bij ieder wissewasje onmiddellijk van uw stuk te worden gebracht of huilerig te gaan doen als iemand zegt dat u een apenpakkie draagt.” Weer keken ze elkaar eens aan. Het zag er naar uit, dat ze bij de politieopleiding toe waren aan een nieuwe lichting specialisten in beledigingen. Ik zei: “Nou. Komt er nog wat van?” “Waarvan?”, vroegen ze. “Nou, van dat legitimeren. Kom. Allé. Hup. Snel een beetje. Ik heb nog andere dingen te doen.” Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Ze sloten me in de boeien en voerden me af naar het bureau aan de Archimedesstraat. Daar herhaalde de hele scene zich. Maar dan met de dienstdoende officier. Het eindigde ermee, dat ik per post een dagvaarding kreeg om voor de kantonrechter op het paleis van Justitie aan de Juliana van Stolberglaan te verschijnen wegens weerspannigheid en belediging van vier ambtenaren in functie. De rechter legde me een en ander ten laste en vroeg of ik nog wat te vragen of op te merken had. “Jawel edelachtbare”, zei ik. “Gaat uw gang”, zei de rechter. “Kunt u zich legitimeren”, vroeg ik aan de rechter. “Waarom?”, vroeg de rechter. “Nou”, zei ik. “Iedereen in zo’n apenpakkie kan wel zeggen dat hij rechter is. “Zegt u dat nog eens”, zei de rechter. “Nou”, zei ik. “Iedereen in zo’n apenpakkie kan wel zeggen dat hij rechter is.” “Order! Order!”, riep de rechter en timmerde met z’n hamertje op tafel. Niet lang daarna ontving ik een dagvaarding van het Openbaar Ministerie waarin me minachting van het hof ten laste was gelegd. En toen werd ik wakker. Jammer. Ik had nog wel even door willen procederen.
Geplaatst op: Vrijdag 24 november 2006 om 11:33 uur
|
383381
bezoekers |