|
Lachen om de politie
De samenleving zit op dit moment buitengewoon eigenaardig in elkaar en ik weet eigenlijk niet goed of ik er nog wel deel van wil uitmaken. In de Haagse Courant van deze week lees ik het volgende: drie mensen lopen `s nachts, na een avondje uit, op de groenstrook in Zoetermeer naast de doorgaande weg. Een motoragent ziet dat en omdat hij denkt, dat er zo, midden in de nacht, toch niks anders te doen is stopt hij en verzoekt de mensen weer terug te lopen. Zoals alom bekend mag je namelijk altijd op de groenstrook naast de weg lopen behalve als er een motoragent in de buurt is. Het was dus een beetje dom van die mensen dat ze die agent niet hadden gezien.
Goed. De agent zet z`n motor op de standaard om op uitnodiging van het trio nog even ernstig van gedachten te wisselen. En nu komt het: de agent heeft zijn motor nog niet op de standaard gezet of hij valt om. De motor bedoel ik. Niet de agent natuurlijk. Het drietal giert het uit van de pret. Dat zou ik ook doen. Want ik denk nog steeds dat lachen in onze samenleving is toegestaan. God. Wat zou ik lachen. Een agent die z`n motor nog niet eens op de standaard krijgt. Ik zou niet meer bijkomen. Ik zou rollebollend over de groenstrook gaan. Want lopen mag dan misschien niet op die groenstrook. Maar van rollebollen zou ik het echt niet weten. En dat zou ik graag uitgezocht willen hebben. Of je mag rollebollen in een groenstrook langs de weg. Wat ik niet meer hoef uit te zoeken is of je mag lachen als de motor van een agent omvalt. Dat mag namelijk niet. `Toen het trio moest lachen omdat de politiemotor omviel, sloeg de agent de vrouw in de boeien.` Aldus de ADHC van 4 april jongstleden. Dat roept behalve gezonde verontwaardiging ook vragen op. Ik stel er een paar: Moesten de andere twee leden van het gezelschap ook lachen? En zo ja, waarom sloeg de agent deze criminelen dan niet ook in de boeien? Of moesten ze niet lachen? Dat is nog erger. Want als ik het voor het zeggen had, zou het juist strafbaar moeten worden gesteld als je NIET lacht als de motor van een politieagent omvalt. En dan: wat gebeurde er vervolgens? Het lijkt me tamelijk lastig om een giechelende, geboeide vrouw in de gaten te houden en tegelijkertijd je motor weer op te rapen en recht te zetten. Die dingen zijn zwaar hoor. Ik bedoel de motor. Niet de geboeide vrouw. Daar heb je echt wel twee handen voor nodig. Als ik die vrouw was geweest zou ik van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt door snel met boeien en al naar huis te rennen en daar naar een ijzerzaagje in de gereedschapskist te zoeken. Het zijn zomaar wat vragen die bij me opkwamen toen ik dat bericht las. Nadere bestudering leerde mij, dat de gebeurtenis plaatsvond op 4 september 2004. 2004! Dat is anderhalf jaar geleden! Afgelopen week werd het drietal veroordeeld voor een delict dat anderhalf jaar geleden plaatsvond. 150 euro boete! Omdat ze anderhalf jaar geleden hadden gelachen toen de motor van een agent omviel! Nu denk ik erover om eens de proef op de som nemen. Ik ga voor de deur van een politiebureau staan. Iedere keer als er een agent uit het politiebureau komt ga ik me, terwijl ik naar hem wijs, te pletter staan te lachen. Ha ha! Moet je die man nou eens zien! In zo`n raar apenpakkie! Verdient z`n brood met mensen bekeuren die aan het lachen zijn! De tranen lopen me langs de konen van het lachen. Ik zal daar op het trottoir voor dat politiebureau rollebollen van het lachen. Want een ding weet ik zeker. Op het trottoir mag je rollebollen. Maar waarschijnlijk niet lachen. Kijk en dat zou ik nou zo graag willen weten. Of je in deze samenleving nog mag lachen als je daar zin in hebt. Als dat niet zo is, wil ik van die samenleving eigenlijk geen deel meer uitmaken.
Geplaatst op: Donderdag 13 april 2006 om 14:39 uur
|
383381
bezoekers |