Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Landje veroveren in Rijswijk

(Uit Haags Nieuwsblad van 6 april 2007)

Rijswijk mag wat mij betreft worden opgeheven. Het gemeentebestuur, bedoel ik. Niet Rijswijk zelf. Ik ben even verknocht aan Rijswijk als een Loosduiner aan Loosduinen. Of als een Scheveninger aan Scheveningen. Die inwoners daar hebben toch ook geen bestuur nodig om van hun omgeving te houden?

Bovendien is het in Rijswijk iedere keer weer hetzelfde gesodemieter. Vlak vóór de verkiezingen belooft wethouder Dick Jense aan alle brave borsten in Rijswijk dat er geen tram komt door Rijswijk. Vlak ná de verkiezingen staat hij zowat eigenhandig de tramrails in de Burgemeester Elsenlaan te leggen. Vlak vóór de verkiezingen belooft wethouder Dick Jense met de hand op het hart dat er op de plek van het oude stadhuis wat hem betreft geen woontorens komen. Vlak na de verkiezingen stemt hij monter en doodleuk voor woontorens op de plek van het stadhuis en staat straks grijnzend handen te schudden met de projectontwikkelaars van die torens.

En zo lijkt Jense er in z’n eentje in te zijn geslaagd om de slechte naam van de politiek niet alleen definitief in Rijswijk te vestigen, maar ook om die van Den Haag te evenaren. Zodat het de Rijswijkers verder de reet zal roesten of ze door de Rijswijkse kat dan wel door de Haagse hond worden gebeten.

Hagenaars kennen Rijswijk vooral van de affiches voor de ramen.
‘Rijswijk, hou je koeien in de wei’, stond er ooit op de affiches toen er in Rijswijk nog sprake was van koeien in de wei en van het aanleggen van de Zoomseweg. Iedereen kent de afloop.
‘Samenwerken, ja! Annexatie, nee!’, stond er later op de affiches toen Den Haag de haaienmuil opensperde naar Rijswijk. Iedereen kent de afloop.
En thans lijkt er een periode aan te breken waarin Den Haag z’n overtollige bedrijventerreinen op Rijswijks territorium wil kieperen.

Eerst op De Voorde en Overvoorde. Dat terrein lag op het grondgebied van Rijswijk, maar was eigendom van Den Haag. In 2001 haastte Rijswijk zich om dat gebied van Den Haag voor 15 miljoen gulden te kopen. Om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, heette het. Den Haag lachte zich tranen. Die had het in 1930 voor één miljoen van de erfgenamen van een van de vorige burgemeesters van Rijswijk gekocht. Handenwringend vragen de burgers (die dit soort onderlinge transacties uiteindelijk zelf moeten betalen) zich af wie er nou eigenlijk de lakens uitdeelt.

En nu, anno 2007, is het van diezelfde lakens wederom een pak. Deze keer op Sion en ’t Haantje. Den Haag wenst daar z’n overtollige bedrijven uit de Binckhorst te slijten. En ziedaar: om (wederom) ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan haast Rijswijk zich de grond aldaar voor 64,6 miljoen euro te kopen. Maar deze keer gaat de opbrengst niet naar Den Haag maar naar prive-grondeigenaren.

‘Dat is bij de wilde spinnen af’, tierde de Haagse wethouder Henk Kool. En toen was het Rijswijk, die zich tranen lachte.

Het is maar goed dat er binnenkort geen gemeenteraadsverkiezingen zijn. Want anders had Dick Jense de Rijswijkers met de hand op het hart beloofd, dat er géén bedrijven zullen komen op Sion en ’t Haantje.
En dan hadden we tenminste zeker geweten dat we straks voor onze tweedehands auto niet meer in de Binckhorst maar in Sion moeten zijn.
Geplaatst op: Vrijdag 6 april 2007 om 09:52 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld