Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Langs forten, bastions en andere verdedigingswerken

Voor avonturen hoeven mevrouw Pasgeld en ik niet ver. Twee dagen lang verkenden we de afgelopen week de omgeving van Willemstad en daarna was het alsof we weken in den vreemde hadden vertoefd.

Voor alle duidelijkheid moet ik hier even kwijt, dat ik zelden op vakantie ga. Voorbij Goes word ik al nerveus. Maar àls ik er dan eens op uitga, wil ik het liefst ergens heen waar zo min mogelijk mensen zijn, waar vrijwel nooit iemand naar toe gaat en waar het uitgestrekt en stil is.
En waar kan je dan beter terecht dan langs de oevers van ‘brede rivieren die traag door oneindig laagland gaan’ (Hendrik Marsman).

Het begon al goed bij het voormalig Fort Oranje aan de oever van het Volkerak. Dat fort konden we nergens vinden. Dan maar doorgereden naar het voormalig Fort Sabina, even verderop. Dat konden we wèl vinden maar was op deze prachtige, zonnige oktoberdag midden in de herfstvakantie gesloten. Kijk. Dàt moeten we hebben. Een welgemeende opgestoken middelvinger naar het toerisme. Dàt zijn de plekken waar we wensen te zijn.
Dus liepen we even later, via een niet nader aangegeven weggetje en een hek, door naar een plek waar Volkerak, Haringvliet en Hollands Diep elkaar ontmoeten. Daar, op een vooruitgeschoven landpunt in het water, groetten we de schippers van de Mira Cura, de Marieke, de Fenix, de Kappa, de Thor en de Bonaventura die onze groet met een armzwaai beantwoorden.

Vervolgens bereikten we het vestingstadje Willemstad. Nooit geweten, dat Willemstad zo ingetogen is. Altijd gedacht, dat Willemstad vlak naast Moerdijk lag. Wegwezen dus! Maar mevrouw Pasgeld wist op de een of andere manier dat we hier wèl moesten wezen. Dus nam ik, op het terras van hotel ‘Het Wapen van Willemstad’, ‘De Ster, weekblad voor Willemstad’door en begreep daaruit dat de vertelwandeling waarin ene Hugo Snel de ‘Andere verhalen van Willemstad’ zou behandelen, geheel volgeboekt was. Niet, dat we van plan waren aan die wandeling deel te nemen. O, nee. Maar dan wisten we tenminste zeker, waar we tijdens onze eigen wandeling door Willemstad niet moesten zijn.

Op die eigen wandeling verdwaalden we tussen de bunkers van Fort Gelderland en geraakten op een bankje met uitzicht op de Volkeraksluizen in gesprek met een indrukwekkende man met een geweldige bos warrig haar en een baard waar je U tegen zei. Eerst ging het over het weer. Dat het zo bijzonder warm was voor de tijd van het jaar. En dat dat zo prettig was. Waarop de man ons eens diep in de ogen keek en ons duidelijk maakte dat er geschreven stond, dat het einde der tijden spoedig zou naken op het moment dat ‘de winters gelijk aan de zomers zullen zijn’.
Mevrouw Pasgeld en ik geraakten hierdoor, maar ook door het relaas dat hij vervolgde, enigszins bedrukt. Gelukkig eindigde hij, ‘voor hij weer eens opstapte’, met de mededeling dat we ons geen zorgen hoefden te maken. Vermits wij voldoende vertrouwen in de Here hadden. En verder wenste hij ons een plezierige dag toe.

De volgende dag, na een ontbijt in het hotel (dat iets te hard werd begeleid door The Fray met ‘How to save a life’ waarin de pakkende zinsnede: ‘Rij, tot je de weg kwijtraakt’) rondden we Willemstad te voet via de vestingwallen.
Prachtig! Vrijwel niet onder woorden te brengen. Zigzaggend bovenop de wal langs sombere, brede verdedigingswateren in de diepte liepen we zonder ook maar één mens te ontmoeten. En, met steeds als vast punt in het midden, de Zeemeerman met het Zwaard bovenop de toren van het oude Willemstadsehuis.

Voor avonturen hoef je niet ver. Als je er maar voor zorgt dat je pas stil staat als er zo min mogelijk mensen zijn. En als het er maar uitgestrekt en stil is.
 
Geplaatst op: Vrijdag 20 oktober 2017 om 07:49 uur
1294757
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld