Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Langs velden en langs dreven

 Voor vakantiegevoel hoef je bij ons het slaapkamerraam ’s ochtends alleen maar even wat verder open te zetten. Talloze vogels kwinkeleren je dan vanuit de bomen op het Dorpsplein tegemoet. Ook overdag hoef je voor vakantiebestemmingen niet ver. Zo ontdekten we deze week alweer een prachtige route in het hartje van Zuid-Beveland: een onverhard, dubbel weggetje, waarschijnlijk vroeger inderdaad een spoorweg geweest, dat kilometers lang leidde van niets tot nergens. Dat moesten we nou juist hebben. Een route die leidt van niets tot nergens. Zodat je tijdens het rijden wel om je heen móet kijken. Omdat er eenvoudigweg niets anders te doen is. Niet afgeleid dus door einddoelen, tijdstippen, aanwijzingen, verkeersborden, geboden en verboden.
Het enige gevaar dat dreigt is, dat ik van het smalle weggetje af raak en onverhoeds in de sloot ernaast terecht kom.

Zo zaten mevrouw Pasgeld en ik vorige week, op mijn scootertje te genieten van de natuur die zich links en rechts van ons in ongedachte verschijningsvormen aan ons presenteerde. Weides, akkerland, bloeiende, paarse vlasvelden, vlaktes vol witbloeiende aardappelplanten, afgewisseld door steeds nieuwe vergezichten tussen het coulissenlandschap door. Mevrouw Pasgeld, met haar borsten prammend tegen mij rug achterop. Alsof we nog jong waren in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Een enkele wandelaar of fietser komt ons tegemoet of moeten we passeren. Geen enkele blijk van gramschap vanwege onze gemotoriseerde inbeslagname van de route. Personen met één of meerdere honden trekken zich even terug aan de zijkant van het weggetje. Ik minder dan nog meer vaart dan ik al deed. Even een snelle groet, een lachje of een knikje tijdens het passeren. En verder maar weer.
Op mijn scootertje haal ik makkelijk veertig kilometer per uur. En dat rijd ik dan ook graag en naar hartelust. Maar hier, op deze prachtige route ging het niet harder dan vijftien. En dan hoor je ook bijna het motortje niet meer. We lijken trouwens wel gek met onze aanpassingen in snelheid en geluid. Vroeger denderden hier treinen. En reken maar, dat die heel wat harder reden en luidruchtiger waren dan wij ons thans manifesteren.

En dan ineens duiken we een soort tunneltje in. Twee eigenlijk. Eén waarboven het snelverkeer Bergen op Zoom- Middelburg zich voortbeweegt. En één vice versa. Met daartussen een brede streep zonneschijn en tal van enorme, metalen stutten die de snelweg boven ons voor instortingsgevaar behoeden.
Hier word het me even te machtig. Ik stop, zet het scootertje even op z’n standaard, en ga in de zon op het gras onder al dat voortsnellende verkeer zitten.
‘Idioten’, zeg ik tegen mevrouw Pasgeld en wijs naar boven. ‘Allemaal met hun Tom Tom van A naar B en weer terug. Zonder ook maar iets van de omgeving te ervaren. Allemaal comfortabel beschermd tegen zon en wind met hun air-conditioning. Zonder ook maar iets van de werkelijke temperatuur te ervaren.
En het erge is, dat ze daar nog zelf voor kiezen ook’.
Mevrouw Pasgeld kan dit soort spontaan geuite verwensingen van mij zo langzamerhand wel dromen en haalt haar schouders op.

Even verderop stappen we af, geraken al wandelend naast de voormalige spoorweg in een prachtig stukje natuurmonument vol bloeiende bloemen in de meest uiteenlopende kleuren. Geen officieel natuurmoment. Maar gewoon een stukje grond dat, blijkens een bordje naast het toegangshekje, gesponsord wordt door een paar inwoners en een enkel plaatselijke bedrijfje uit het nabijgelegen dorpje.

Vakantie. Dat kan dus gewoon thuis en naast de deur.
Geplaatst op: Donderdag 25 juni 2020 om 08:02 uur
1825148
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld