Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Loflied op de fiets

‘Velocipède of fiets’, zo lees ik in een encyclopedie uit 1895, ‘wordt ook wel snelvoeter of snelwieler genoemd’ (Latijn: velox = snel, pes = voet).
Ik lees verder: ‘Een velocipède is een 2-raderig rijtuigje waarbij het evenwicht bewaard wordt door de vliegkracht der raderen en de behendigheid van den berijder die het rijwiel beweegt door op krukken te trappen (trappers) en wordt bestuurd door een dwarsstaaf welke aan het voorrad verbonden is. De velocipède bestaat ook met benzine-beweegkracht, de zoogenaamde Motor-fiets’.

Wat een prachtige, uitvoerige beschrijving! Heel wat anders dan op Wikipedia. Daar staat slechts: ‘Een fiets is een voertuig, door spierkracht aangedreven’. Wat nu, wikipedia? Is dat niet wat kort door de bocht? Een autoped is toch ook een voertuig dat door spierkracht wordt aangedreven? En een kinderwagen dan? En wat dacht u van een skate-board? Of een rolstoel? Allemaal voertuigen die door spierkracht worden aangedreven.

Hoe dan ook: vroeger waren er maar twee soorten fiets: de velocipède en de bicyclette (Latijn: bi = twee, cyclus = kringloop).
Dat is nu wel anders. Je hebt nu fietsen in tal en last. Opa- en omafietsen, moederfietsen, kinderfietsen, elektrische fietsen, vouwfietsen, ligfietsen, bakfietsen, ATB-fietsen, driewielers, kletsfietsen (jawel, dat zijn conferentie-fietsen met drie wielen en zeven zadels), multi-fietsen, witte fietsen, race-fietsen, sportfietsen, stadsfietsen, crossfietsen, tandemfietsen, transportfietsen. Kijk, zo krijg ik mijn column wel vol.

Raar woord trouwens: fietsen. Als je het drie keer achter elkaar zegt weet je ineens niet meer wat het is. Fietsen. Fietsen… Fietsen? Misschien is het wel een besmettelijke ziekte. Of een aan de Zweedse taal ontleend woord voor het geluid dat een mannetjespapagaaiduiker maakt tijdens de paring.

Zo kan ik nog wel meer woorden noemen met ‘fiets’ erin. Fietspaden, fietsdragers en fietstochten bijvoorbeeld. Maar ik zal u niet langer vervelen want ik kom op die manier maar liefst tot nog zo’n vijfenzeventig woorden. Toch wil ik u uit dat rijtje de woorden fietsventieldopje, fietsfun, fietskratmuts, fietsregistratie en fietsplatform niet onthouden. En zo is ‘fiets’ eigenlijk ook ineens een heel raar woord geworden.
Fiets. Fiets… Fiets? Was dat niet de term die verkeerswethouder Smit laatst gebruikte toen hij eigenlijk ‘kettingzaag’ bedoelde bij zijn plannen voor de ontbossing van de Laan van Meerdervoort? En is ‘fietser’ wellicht de vertaling van het Azerbeidjaanse woord voor ‘uitverkorene’? Ik weet het zolangzamerhand ook niet meer. In ieder geval hebben de fiets, de fietser en het fietsen in Nederland tegenwoordig nauwelijks meer te klagen over gebrek aan belangstelling. 

Daarom wekt het des te meer bevreemding dat de huidige fietsers (maar ook skaters, steppers, rolstoelers, moeders achter de kinderwagen en al die anderen in Den Haag die hun voertuig met eigen spierkracht voortbewegen) gewoon net zoveel euro’s aan de Rotterdamse baan moeten bijdragen als de automobilist: vijfhonderd euro per persoon.
Terwijl het op de Rotterdamsebaan toch echt verboden is voor allen die hun voertuig met eigen spierkracht voortbewegen. Kijk. Dat hebben die karakterloze slapjanussen zonder een greintje spierkracht in hun auto’s (afgezien van de kracht die ze met hun rechtervoet op het gaspedaal uitoefenen) dan toch maar weer eventjes fijn geregeld.

Bitter? Welnee. Ik blijf mijn loflied op de fiets zingen. Desnoods evenwijdig aan de Rotterdamsebaan. Met bijbetaling van vijfhonderd euro waar ik niks voor terugkrijg.
En uiteraard op een voertuig dat door eigen spierkracht wordt voortbewogen.
Geplaatst op: Vrijdag 3 mei 2013 om 08:15 uur
1793442
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld