|
Luchtmobiele dieren en plas-draszones
(Uitgesproken op 17 oktober 2006 tijdens het zogenoemde milieucafe van het Haagse Milieucentrum in het Atrium van het Hagse stadhuis)
Ik heb nog maar eens nagezocht wat er vóór de Vinex-plannen zoal was geschreven over de ecologie van Ypenburg. En natuurlijk kan ik met mijn neus hebben lopen zoeken maar het resultaat was tamelijk verrassend: niets. Er is vóór de giga-bouw van woningen op Ypenburg in woord of geschrift nooit iets verschenen over plant of dier aldaar, anders dan dat het er miechelde van de konijnen, dat er soms zelfs vossen waren waargenomen, dat het er erg drassig was en dat er een keur aan flora voorhanden was. Maar nu, nu Ypenburg tot in alle hoeken en gaten volkomen volgeplempt is met steen in tal en last, gaat men zich ineens zorgen maken om de ecologie op Ypenburg. Dat is wonderlijk dames en heren. Zeker als we Ypenburg via Google-earth eens nader beschouwen. Want zoals u weet kunnen wij via Google-earth niet alleen onze blote buurvrouwen op hun balkonnetjes zien zonnen, maar worden wij tevens gewaar, dat de bevolking van Ypenburg alles wat heel in de verte nog deed denken aan groen bedekt heeft met tegels. Jazeker. Ik verwijs u daarvoor graag naar het laatste nummer van Branding waarin iemand via Google heeft ontdekt dat alle voor- en achtertuintjes in Ypenburg voor meer dan zestig procent zijn betegeld. Wat zitten we dan nog te zaniken over de ecologie op Ypenburg? Laten we nou toch verstandig zijn en al die mensen bij de eerste de beste regenbui op Ypenburg laten verzuipen in hun tegeltuintjes, tussen hun klinkermuurtjes, op hun betonprieeltjes, tussen hun rotsplateautjes, naast hun kiezelpaadjes en onder hun sierplaveisels. Waar zitten we ons nou toch eigenlijk zorgen om te maken? Ypenburg is voorgoed verloren. Punt uit. Het begon al toen de architecten met hun wartaal de banvloek uitspraken over het terrein. Zij namen woorden in de mond als: ‘...aan de Landingslaan wordt een wiekslag ontvouwen van weefsels met licht wijkende verkavelingsrichtingen’. Of: ‘... beloftes van aradisch geluk doen de vluchtlijnen samenspannen met de breuklijnen om de negatieve bijbetekenis van de enclave op te heffen’. Ook een mooie is.... ‘De moderne nomade kiest in Ypenburg domicilie in de ondubbelzinnige bevestiging van de complexe relatie tussen de stad als fenomeen van deterritorialisering, het landschap als fenomeen van reterritorialisering en het huis als territorium’. Ik kan er maar niet genoeg van krijgen. In de plannen van de architecten is er zelfs sprake van ‘de gedeelde vreugde van de vruchten van een eigen boomgaard’, ‘gemeenschapszin, aangemoedigd door een eiland met een publieke oever’, en het beheer van al dit moois ‘zou meer iets moeten zijn voor rentmeesters en hoveniers dan voor de gemeentelijke plantsoenendienst’. Die architecten van vijftien jaar geleden, die graag repten van ‘het lome en het lommerrijke van de woonvelden’ hebben kennelijk niet voorzien, dat het beheer van het groen op Ypenburg thans geheel overgelaten kan worden aan stratenmakers. Jargon, dames en heren. Architectenjargon. Het jargon van de Ypenburg-architecten is niet alleen afschuwelijk maar ook nog eensbuitengewoon misleidend. En daarom heb ik die nieuwe brochure van het HMC over Ypenburg er maar eens bijgehaald. Een schitterend werkstuk moet ik zeggen. Wat een werk is dat geweest. Als het allemaal lukt wat er in die brochure staat wordt het in Ypenburg bijna net zo mooi als het daar ooit geweest is. Maar ik zou Pasgeld niet zijn als ik mijn twijfels niet had. En een gezonde allergie voor jargon. Want hoe mooi ook, in de brochure wisselen plas-dras zones elkaar in snel tempo af met struweelzones. Riet- en kruidenzones volgen op ontdek-, speel-, beleef- en eco-zones. En dan de dieren in al die zones! Je hebt droge-voeten-dieren. Er zijn vliegende en lopende waterkantgebonden dieren. En wat te denken van luchtmobiele dieren. Wat een dieren! Rn dat terwijl de herkomst van de meststoffen op Ypenburg voor 99 procent is te herleiden is tot honden! Groen is er uiteraard in de brochure te vinden in soorten en maten. Er is decor-, speel- en ontdekgroen. En verder blijkt de gebruikswaarde van solitaire bomen afhankelijk van de vochtsituatie aan de voet van de boom. Ik vertaal dat even voor u: als de grond rondom een boom nat is is het niet handig om in de schaduw van die boom te gaan zitten. Verder is het in de brochure al ecologie wat de klok slaat. Je hebt ecologische overkluizingen, ecologische ruggegraten, ecologische stapstenen, ecologische grasstroken, ecologische blokkades en ecologische wegdijken. Als je de brochure leest vraag je je handenwringend af of er nog wel iets in Ypenburg is dat niet ecologisch is. Misschien de handgemaakte nestvlotjes en eendentrapjes. Of anders wellicht de handvaardig uitgestoken kikkeruitstapplaatsen en -opstappunten en de huisgevlochten drijftillen en eendenkorven. Ja. Ik heb weer veel geleerd uit de brochure. In het vervolg kijk ik wel uit voordat ik op de ecologische gradient van de verlandende vooroevers van de Landingslaan ga staan. Stel je voor! Ik zou de contactlijn met het buitenstedelijke groengebied wel eens kunnen beperken. Daar moet je toch niet aan deneken? Ik bedoel maar: milieufanaten kunnen soms net ambtenaren zijn.
Geplaatst op: Dinsdag 17 oktober 2006 om 10:42 uur
|
384199
bezoekers |