Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Mag ik ook eens sjoemelen in de politiek?

Het aantal knoeiers in de politiek lijkt almaar toe te nemen. Natuurlijk zal het merendeel nog wel betrouwbaar zijn. Voorzover dat tenminste mogelijk is in de politiek. Maar berichten over praalhanzen, kwartjesvinder en ladelichters zijn in die beroepsgroep tegenwoordig hoe dan ook aan de orde van de dag.
En ik intussen al die tijd mijn best maar doen om een zo oppassend mogelijk burger te zijn.
Kom nou een beetje.

En ineens kreeg ik het idee om ook maar eens een duit in het zakje van misleiding en vals spel te doen. Jazeker. Ik wil er ook wel eens bij horen. Als je steeds maar eerlijk blijft, krijg je tegenwoordig al gauw het gevoel een ouwe lul te zijn.

Toen ik dus afgelopen woensdag ging stemmen, overhandigde ik de volgende stukken aan de secretaris van het stembureau. Mijn stempas voor de Statenverkiezingen, mijn stempas voor de verkiezingen van het Waterschap, mijn rijbewijs, geldig tot 1 maart 2018, de -door mevrouw Pasgeld van een handtekening voorziene- stempas van mevrouw Pasgeld voor de Statenverkiezingen, de  -door mevrouw Pasgeld van een handtekening voorziene- stempas van mevrouw Pasgeld voor het Waterschap en een kopie van haar paspoort geldig tot 20 december 2017.
Van te voren had ik haar toestemming gevraagd voor mijn actie en ze vond alles best. Want ze gaat toch nooit stemmen.

‘Wat een papierwinkel, he, zei ik tegen de voorzitter van het stembureau.
‘Nou en of’, zei hij en knikte me bemoedigend toe.

De secretaris controleerde alles zorgvuldig en kon geen onregelmatigheden vinden. Daarom overhandigde hij mij, geheel volgens het protocol,een tweetal groen-witte, in vieren gevouwen stembiljetten voor het Waterschap van 34.6 centimeter lang met vijf slordig gezette parafen erop. En twee blauw-witte stembiljetten voor de Staten, eveneens in vieren gevouwen stembiljetten en maar liefst een halve meter lang met elf parafen erop. Benevens mijn rijbewijs retour.

Ik bedankte de leden van het stembureau hartelijk, borg de stembiljetten zorgvuldig op in mijn boodschappentas, keerde ze vervolgens de rug toe en liep naar de uitgang van het stembureau.
Halverwege bleef ik staan en keerde me om. Want ik kon de verleiding niet  weerstaan de verbouwereerdheid van hun gezichten af te lezen. Nou. Ik kan u verzekeren, dat het de moeite waard was.
‘Ik lijst die stembiljetten thuis in’, riep ik ze toe. ‘En hang ze boven mijn bed.’
‘Waarom?’, riep de voorzitter.
‘Omdat het mijn helden zijn!’, joelde ik terug. ‘Vijfhonderdnegenveertig helden. Driehonderzesenveertig voor de Staten. En tweehonderddrie voor het Waterschap. Allemaal op maar twee velletjes papier. Allemaal voor Volk en Vaderland. Waar vind je tegenwoordig nog zoiets? En o, ja. Vergeet niet die vier stembiljetten even in het verslag te noteren! Anders kom je vanavond niet uit bij het tellen.’
Fluitend verliet ik het stemlokaal.

Kinderachtig? Wellicht. Maar zo heb ik toch een beetje het gevoel gehad, dat ik, wegens oneigenlijk gebruik van stembiljetten, ook eens een keer gesjoemeld heb in de politiek. En dat ik er nu dus weer een beetje bij hoor.
Mag ik ook eens?
Geplaatst op: Vrijdag 20 maart 2015 om 07:55 uur
1793996
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld