Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Malaproperen met Jozias van Aartsen

Traditiegetrouw staat deze eerste column van het nieuwe jaar weer vol malapropismen. Dat zijn uitdrukkingen die door elkaar heen zijn verhaspeld.
Tel die uitdrukkingen. Onder de goede inzenders wordt een zilveren rijksdaalder uit 1930 verloot.

De beginregels van de nieuwjaarsrede die burgemeester Jozias van Aartsen uitsprak tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie luidden als volgt:
‘Dames en heren… Fantastisch dat u hier in zo’n groten getale bent gekomen. Die Haagse saamhorigheid…, dat Haagse samengevoel is…, dat weten wij allen zoals we hier zijn…, vitaal in de stad aanwezig’.

En dan maken we nu die rede even af, alsof we de burgemeester zelf zijn.

‘Dames en heren… Zoals we hier in Den Haag samen met onze neuzen in de zalmslaatjes gevallen zijn, lijkt het in vele andere gemeenten geen zuivere koek. Echt, geloof me. Daar is het geen koffie en ei. Daar hebben ze de nieuwjaarsreceptie afgeschaft. Zomaar.
En nou vraag ik u. Waarom? Omdat ze daar denken dat ze het geld, dat u allen hier nu zit op te drinken, beter kunnen gebruiken voor nuttiger zaken?
Hoezo?
Ik zou zo gauw geen nuttiger zaken weten. Ik moet u eerlijk zeggen dat het kwartje me even niet te binnen schiet. Zeker niet nu we hier zo saamhorig en vitaal het kortste eindje van eigen deeg aan elkaar zitten te knopen. Daarom breng ik nu niet alleen een toast uit op uw gezondheid maar ga me tevens even een bloemetje te buiten. Proost!

Misschien vindt u me wat laat van stof, maar toch wil ik het hier even hebben over de burgemeester van Amsterdam. Die heeft de nieuwjaarsreceptie in z’n eigen stad afgeschaft.
Nou. Ik moet u eerlijk zeggen, dat ik niet graag in zijn onderbroek zou staan. Je moet natuurlijk niet teveel blaffende honden wakker maken, maar als u het mij vraagt kan je je paal en perk beter in het midden houden.
Begrijp me goed. Ik wil die burgemeester van Amsterdam echt niks in z’n sokken schuiven en anderzijds zal ik er ook heus geen doekjes om binden als het bloed me onder de nagels kruipt, maar één ding is zeker: als we echt willen weten hoe de vork in elkaar steekt zullen we aan alle Hagenaars moeten vragen wat ze er nou eigenlijk van vinden.
En ze dan vervolgens met een kluitje naar het riet gooien.
Want als ze in Den Haag nou nòg niet weten dat ze daar zèlf de kraan moeten dichtdraaien als ze voor iemand anders dweilen, schiet mijn klomp vol.

Dames en heren… Laten we eerlijk zijn. Waar gehakt wordt ontstaan stinkende wonden. Dat is nu eenmaal zo. En we hoeven heus niet altijd de puntjes tussen de regels te zetten. Want als dat zo was kon ik de eindjes van mijn latijn echt wel aan de wilgen hangen.

O ja, voor ik het vergeet nog even dit: voor al dat lekkers, dat u hier hebt zitten opeten hoeft u geen enkele duit in het bakje te doen. Dat hebben alle Hagenaars die thuis zijn gebleven al voor u gedaan.

Dames en heren… Nogmaals… Fijn dat we hier samen zo kras, zo kwiek, zo vief, zo swingend, zo voortvarend, zo volhardend, zo doorslaggevend en zo tintelend aanwezig zijn.
En laat mij voor alle Haagse roependen in de branding ook het komende jaar een vertrouwde rots in de woestijn mogen zijn.
Ik dank u wel.’

Oplossingen naar: pasgeld@2mail.nl 
Geplaatst op: Vrijdag 18 januari 2013 om 09:18 uur
1793433
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld