Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Malaproperen met Marnix

(Hieronder treft u fragmenten aan van de geheime nieuwjaarsspeech van de voorzitter van de stichting Hoogbouw, Marnix Norder, uitgesproken voor een select gehoor van projectontwikkelaars en architecten. Zijn speech is gelardeerd met malapropismen. Malapropismen zijn door elkaar verhaspelde uitdrukkingen. Onder de lezers die al die uitdrukkingen weten te herleiden wordt een zilveren rijksdaalder uit 1939 verloot).

‘Geachte bouwers aan de toekomst van Den Haag,
Hoogvliegers zijn geen doodvliegers. Onder dat motto ga ik Den Haag in de komende jaren weer een internationaal smoelwerk geven. Ik weet het: sommige Hagenaars gaan liever niet met hun stad de lucht in. Met die mensen gaan we dus eerst maar eens wat glad ijs breken voordat we ze op de hoogte gaan stellen van alle bijkomende stront aan het betonijzer dat we toch niet kunnen smeden. Zelf niet met onze handen. En zeker niet als het heet is. Want echt, van de Haagse inwoners kan ik maar geen hoge en droge ogen krijgen.
Niet dat ik daar zo ontzettend mijn best voor doe.
Maar zelfs ík kan geen beton breken als men de doofpot niet dempt. Ik ben allang blij, dat de bouw- en aannemerswereld nog steeds direct aan komt rennen als ik op mijn fluitje van een cent blaas. En verder mag ik aannemen dat de aanwezigen hier allemaal op de hoogte zijn van de plannen voor het nieuwe Den Haag?
Welke hoogte vraagt u?
Haha. Inderdaad. Na de inspraakrondes zullen er zeker weer wat bouwlagen afgaan. Maar die hadden we er juist extra opgedaan om de insprekers de indruk te geven dat die Jantjes van Leiden zich met hun kop het zand niet uit de ogen hoeven te schamen.

Dames en heren, ik zeg het alle Hagenaars die nu nog van geen toeters of bellen weten alvast voor: “Wowww! Dit is mijn stad!’.
En nog eens: ‘Wowww! Dit is mijn stad!’.
Kom op, Hagenaars! Nogeens! ‘Wowww! Dit is mijn stad!’
Als het dan straks tegenvalt ben ik tenminste niet de enige die dat heeft geroepen.

Hoogmoed komt en gaat met het door de mand vallen en weer opstaan, dames en heren. En als er één is die dat kan bevestigen ben ìk dat wel. Want ik zou me de ogen eens goed uit het hoofd moeten wrijven dat ik ooit zo hoog uit de kluiten ben gezonken.
En dan nog, dames en heren. Er was er geen vuiltje uit de lucht gegrepen als ik de Hagenaar wat rooskleuriger naar de mond had geschilderd. Maar dat heb ik dus niet gedaan. (Hier barst de spreker eventjes in onbedaarlijk snikken uit.)
Met úw hulp evenwel zitten we straks samen weer met hoge en droge oren ouwe koeien op rozen uit de torenflat te blazen.

Tot slot: Als er tijdens de huidige crisis al graantjes mee te pikken zijn zal het hier in Den Haag zijn. Laten we elkaar daarom de hand boven het hoofd houden en de gezellige laagbouw en de prachtige duinen en parken liever kwijt zijn dan slapende rijk.
En u, dames en heren projectontwikkelaars, kunt daarbij het koren op onze molen leveren. Al was het alleen maar door u de oren van het hoofd te wassen en uw hoge pet nog harder van de toren te blazen dan u al deed.
Ik dank u wel.’
(Oplossingen naar: Pasgeld@2mail.nl)
Geplaatst op: Woensdag 7 januari 2009 om 22:10 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld