Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Mededeelzaamheidsdrift

Laatst zag ik weer zo’n mafkees op de stoep heen en weer lopen. Hij was druk aan het gebaren en riep keihard allerlei dingen aan wie het ook maar horen wilde. Ik ging er netjes omheen want ik dacht: leven en laten leven. Maar toen ik hem passeerde zag ik dat-ie een head-set om had en aan het telefoneren was. Een uurtje later zag ik een dame in de supermarkt tegelijkertijd afrekenen, haar tas inpakken èn telefoneren. Het moet niet veel gekker worden, dacht ik. Nog even en ze staat zichzelf bij de kassa ook nog eens aan haar gerief te helpen.

Een paar weken geleden moest ik als gespreksleider een lijsttrekkersdebat in goede banen leiden. Op zeker moment kregen een paar hotemetoten het woord. Ze waren zo vervuld van zichzelf dat ik ze na een kwartiertje vroeg of ze het erg vonden als we ondertussen om de hoek even een biertje gingen drinken. Dat vonden ze geen bezwaar en toen we na een half uurtje terug kwamen waren ze nog steeds bezig.
Ik bedoel maar. In de wereld zijn heel wat woorden in de wind. Maar die wind lijkt toch vooral in en rond Den Haag te waaien.

Niet alleen de beuzelarij maar vooral ook de middelen om die beuzelarij te verspreiden nemen toe in tal en last. Mobieltjes, i-Phones, i-Pods, het Algemeen Dagblad, Twitter, Glitter en Blitter. Skype, Hype, Hyve en Lype. Of hoe je het geouwemeut van tegenwoordig ook wil noemen. Het maakt niet uit wat je zegt, als je het maar doet door een toestelletje dat je nog geen half jaar geleden hebt aangeschaft.
Er zijn reeds gevallen bekend van personen die de hand aan zichzelf sloegen omdat de batterij van hun i-Pod leeg was en er vervolgens een geestelijke leegte ontstond die niet meer te vullen was.
En zo is ons Het Apparaat niet alleen geworden tot een middel om in geval van nood om hulp te roepen, maar vooral een doel waarnaar wij streven. Een ultieme levensvervulling. De enige weg naar het Koninkrijk Gods.

Derhalve neem ik dus tegenwoordig niet meer de moeite om te luisteren naar wat de mensen zeggen. Negentig procent raakt kant noch wal. En van de overige tien procent neem ik liever kennis middels een weloverwogen geformuleerde, bezonken tekst.
In plaats van te luisteren kíjk ik nu dus liever naar de mededeelzame medemens. Ik kan het aanbevelen. Je komt zoveel meer te weten. Het direkte verband tussen zelfoverschatting en de gebruikte hoeveelheid woorden, bijvoorbeeld. Of de mate van eenzaamheid en het onvermogen om lief te hebben. En als je echt goed je best doet om je af te sluiten voor het vocale aspect van de menselijke uitingsvormen, kan je vaak ook zien hoe bang mensen eigenlijk zijn. Of juist hoe blij en vrolijk hun diepste innerlijk zich voordoet.
Kortom. We zouden eens wat meer naar onze medemens moeten kíjken inplaats van te luisteren.

U zou me nu, op dit moment bijvoorbeeld eens moeten zíen.
Ik lig dit allemaal in het bad met een papiertje en een stompje potlood op te schrijven.
Want zelfs tijdens de verschoning en de bewassing kan ook ik mijn mededeelzaamheidsdrift niet beteugelen.
Geplaatst op: Vrijdag 5 maart 2010 om 10:43 uur
1698315
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld