|
Met ADO achter de sjoelbak
Dinsdag lees ik in de krant dat de Haagsche voetbalclub ADO op de rand van de financiele afgrond balanceert.
Woensdag zegt sportwethouder Sander Dekker in de krant dat er volgens hem één ding vast staat: de gemeente Den Haag steekt géén extra geld in de club. “Dat heeft de gemeente ooit beloofd en dat zal zo blijven”, aldus de wethouder. Donderdag lees ik in de krant dat de gemeente toch weer garant gaat staan voor extra geld. Iemand heeft acht ton in de club gestoken voor een wanhopige doorstart. Maar mocht in januari blijken, dat de investeerder toch geen heil ziet in de toekomst van ADO en niet nòg meer geld wil geven, krijgt hij het bedrag dat hij nu heeft gegeven van de gemeente Den Haag terug. Volgens de Haagse politiek is het dan ook ècht de laatste keer dat de gemeente extra geld in ADO steekt. En over een maand natuurlijk echt, echt de laatste keer. En over drie maanden echt de allerlaatste keer. En over een half jaar, heus, de aller-, allerlaatste keer. Je ziet pas hoe raar het is, als je bedenkt dat het om sjoelen zou gaan. Stel je voor. Een gigantsch dure arena in de oksel van het Prins Clausplein waar 1800 mensen zitten te kijken naar het team van ADO dat aan het sjoelbakken is met het team van, pakweg, PSV. Beide teams bestaan uit professionals met een salaris van vier ton de man per jaar. Dat wel. Beveiligingslegers, een politiemacht en de laatste snufjes op het gebied van terreurbestrijding zijn nodig om al die mensen het ultra-moderne stadion binnen te loodsen. Allemaal op kosten van de lokale overheid. Dus ook van u en van mij en al die andere mensen die niet van sjoelen houden. Als een van de spelers van de tegenpartij zijn eerste sjoelschijf tegen het hout tussen de vier en de één laat ketsen brult het hele stadion: “Krijg de tyfus, hondenlul’, of wat ze tegenwoordig dan ook roepen als er iets niet geheel naar wens verloopt. Een van de ADO-sjoelers maakt er een zooitje van door met maar liefst zeven schijven het poortje van de vier te versperren. ‘O, wat stil is die man. O, wat stil is die man’, loeit het vak met supporters van de tegenpartij. En daar gaat de eerste rookbom. De scheids legt de wedstrijd stil. Een van de ADO-spelers ramt uit pure frustatie zijn sjoelbak tegen de grasmat en keilt een schijf het publiek in. De rijkgeworden groenteboeren, omhooggevallen wethouders en al die andere vrolijke pioniers van de vooruitgang drinken een vrolijk pintje in hun sjieke sky-boxen en beramen zich hoe ze de Haagse bevolking opnieuw een poot kunnen uitrukken om deze prachtige tak van sport, het edele sjoelen, voor de zoveelste keer te kunnen doorstarten. Wat een schande zou het immers voor Den Haag zijn, als er geen betaald-sjoelbakclub is. Basisscholen in Den Haag moeten hun deuren sluiten. Zorginstellingen bezuinigen als een gek om de tent te kunnen blijven runnen. Dat wel. Maar voor betaald sjoelen blijven we in de lokale, openbare buidel graaien tot we een ons wegen. Gek eigenlijk, dat we dat bij sjoelen wel raar zouden vinden. En bij voetballen niet. Terwijl beide spelletjes, als je het op de keeper beschouwt, niet eens zo veel van elkaar verschillen. Sterker nog. Ik lees wel eens een wedstrijdverslag in de krant als ADO gespeeld heeft. En dan kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken, dat ze bij ADO maar beter kunnen gaan sjoelen dan voetballen.
Geplaatst op: Zondag 23 december 2007 om 11:19 uur
|
383382
bezoekers |