Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met Boudewijn Revis achterop het scootertje

Ik trof wethouder Boudwijn Revis (VVD, Groenvoorzieningen) aan op de Daal en Bergselaan bij de ingang van het cubhuis van De Mohicanen.
‘Waar moet je heen!’, riep ik. Want ik was op het scootertje en hij was te voet en voor hetzelfde geld kon hij bij me achterop. ‘Naar het IJspaleis’, riep hij terug. En zo tuften we even later via de Zonnebloemstraat en de Laan van Meerdervoort richting Spui.

Boudewijn was nogal zwijgzaam en ik kreeg de indruk, dat hij het niet echt naar z’n zin had bij mij achterop. Daarom vroeg ik hem, hoe dat nou eigenlijk zat met het Haagse groenonderhoud: ‘Is er werkelijk sprake van een achterstand?’.
‘Welnee” zei hij. ‘Dat is allemaal onzin. Het is gewoon niet waar. Het gaat juist prima met het groen in Den Haag.’

‘Maar zes jaar geleden was er nog een achterstand van 30 miljoen euro. Dat is op dit moment 15 miljoen. Dat kan ik nog niet direct prima vinden’, riep ik.

‘Ach, wat weten de mensen ervan. Die kletsen maar wat uit hun nek. Nee. Het is gewoon niet waar. Het gaat juist prima met het groen in Den Haag’, zei hij.

‘Maar luister nou eens’, wierp ik tegen. ‘Je hebt voor de komende drie jaar 2,5 miljoen voor regulier groenonderhoud uitgetrokken. En nog eens 2 miljoen voor de aanleg van méér groen. En aan het opknappen van de Scheveningese bosjes wil je een half miljoen extra besteden. Vijf miljoen bij elkaar.
Maar dat zijn allemaal normale kosten voor de komende drie jaar. Dat heeft echt niets te maken met het inlopen van die achterstand van 15 miljoen. Hoe ga je dat dan doen?’

‘Ach wat!’, riep Boudewijn, nu duidelijk geïrriteerd. ‘De mensen zouden me juist moeten steunen, inplaats van me voor de voeten te lopen. Het is allemaal stemmingmakerij. Het is gewoon niet waar. Het gaat juist prima met het groen in Den Haag!’

Even was het stil. We reden inmiddels langs het Vredespaleis en de Ambassades waar het miechelde van het groen. Dat bracht me op het feit, dat juist op karakteristieke Haagse plekken zoals het Tournooiveld, de Veenkade, de Laan van Meerdervoort, de Westduinen en het Voorhout nogal wat bomen, waaronder monumentale kastanjes, gekapt moeten om plaats te maken voor verkeer. Dat zei ik en Boudewijn maakte er gelijk gehakt van.
‘Insinuaties!’, riep hij zo hard, dat sommige voetgangers ons verwonderd nakeken. ‘Ik herken me absoluut niet in die standpunten. Het gaat juist prima met het groen in Den Haag!’

‘Maar die achterstand van 15 miljoen dan?’, bleef ik volhouden.

‘Zie je dan niet hoe geweldig we bezig zijn?’, kreet Boudewijn. ‘Den  Haag ligt vol met tunneltjes voor kikkers! Onder alle bruggen liggen looprichels voor muizen! En onlangs is er nog een hermelijn gesignaleerd. Een echte, levende, Haagse hermelijn! Al die kritiek op het omzagen van bomen is zotteklap van onnozelaren en domoren! En dat terwijl het juist zo prima gaat met het Haagse groen!’

Bij een stoplicht op de Parkstraat stapte hij af.
‘Ik loop het laatste eindje liever’, zei hij. ‘Anders zit ik me toch alleen maar op te winden.’

Ter hoogte van de Kazernestraat hoorde ik hem nog net mompelen:
‘Wat nou vijftien miljoen? Het gaat juist prima met het groen!’
Geplaatst op: Vrijdag 13 februari 2015 om 08:49 uur
1793978
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld